Diervoeding in de zomer: warmte en waterbelang
Hoe past u de voeding van uw dieren aan in de zomer? Tips over watervoorziening, verminderde eetlust en hittestress bij alle diersoorten.

Hittestress: een serieus risico voor dieren
Wanneer de temperatuur in de zomermaanden stijgt boven de 25 graden Celsius, lopen veel diersoorten het risico op hittestress. Hittestress treedt op wanneer een dier meer warmte produceert (door metabolisme, beweging en spijsvertering) dan het kan afvoeren. De gevolgen varieren van verminderde eetlust en productiedaling tot ernstige gezondheidsproblemen en in extreme gevallen de dood.
Niet alle diersoorten zijn even gevoelig. Dieren die van nature in koele klimaten leven of een dik verenkleed of vacht hebben, zijn extra kwetsbaar. Konijnen zijn bijzonder gevoelig omdat ze niet kunnen zweten en nauwelijks kunnen hijgen. Kippen hebben geen zweetklieren en reguleren hun temperatuur door te hijgen, wat bij extreme hitte onvoldoende is. Paarden zweten wel, maar bij hoge luchtvochtigheid werkt dit koelmechanisme minder goed. Honden koelen af door te hijgen en via hun voetzolen, wat beperkte mogelijkheden biedt. Katten zoeken schaduw en worden minder actief, maar kunnen bij extreme hitte ook in de problemen komen.
Waterbehoefte per diersoort in de zomer
Water is het belangrijkste voedingsmiddel tijdens warme periodes. De waterbehoefte stijgt bij warmte met 50 tot 100% ten opzichte van de normale inname. Hieronder een overzicht van de gemiddelde waterbehoefte per diersoort bij normale en warme temperaturen:
| Diersoort | Normaal (per dag) | Bij warmte (per dag) |
|---|---|---|
| Paard (500 kg) | 25-35 liter | 40-60 liter |
| Koe (650 kg) | 40-60 liter | 80-120 liter |
| Geit | 4-8 liter | 8-15 liter |
| Schaap | 3-6 liter | 6-12 liter |
| Hond (25 kg) | 0,5-1 liter | 1-2 liter |
| Kat | 200-300 ml | 300-500 ml |
| Kip | 200-300 ml | 400-600 ml |
| Konijn | 100-300 ml | 300-500 ml |
Controleer drinkbakken minimaal twee keer per dag en vul ze bij. Water moet fris en schoon zijn. In de zon wordt water snel warm en algengroei treedt sneller op. Plaats drinkbakken in de schaduw en reinig ze dagelijks.
Voertijden aanpassen
Een van de belangrijkste aanpassingen in de zomer is het verschuiven van de voertijden. De spijsvertering produceert warmte (thermogenese), en het verteren van voer verhoogt de lichaamstemperatuur van het dier. Door te voeren op de koelere momenten van de dag, vermindert u de warmtebelasting:
- Ochtendvoeding: Voer het hoofdrantsoen vroeg in de ochtend, voor 8 uur, wanneer het nog koel is.
- Avondvoeding: Geef een tweede portie na 19 uur, wanneer de temperatuur weer daalt.
- Middag overslaan: Vermijd het geven van grote hoeveelheden voer tussen 12 en 17 uur, het warmste deel van de dag.
Dit geldt voor alle diersoorten, van paarden tot kippen. Bij kippen kunt u het krachtvoer volledig naar de vroege ochtend verplaatsen en alleen in de avond nog wat graan strooien.
Minder energie nodig in de zomer
Bij hogere temperaturen hoeven dieren minder energie te besteden aan het op temperatuur houden van hun lichaam. De onderhoudsbehoefte aan energie daalt in de zomer. Als vuistregel kunt u rekenen op een verlaging van 5 tot 10% ten opzichte van de normale behoefte bij temperaturen boven 25 graden. In de VoerGids wordt hiervoor de seizoensfactor 0,95 (zomer) gebruikt, wat overeenkomt met een verlaging van 5%.
Dit betekent concreet dat u in de zomer iets minder krachtvoer kunt geven. Het ruwvoer hoeft niet te worden beperkt, omdat dieren zelf minder eten wanneer het warm is. Forceer dieren niet om te eten bij hitte. Een tijdelijk verminderde eetlust bij warm weer is normaal en geen reden tot zorg, zolang het dier voldoende drinkt en weer normaal eet wanneer het afkoelt.
Elektrolyten en mineralen
Bij warmte verliezen dieren meer mineralen door zweten (paarden, runderen) of door versnelde ademhaling (kippen, honden). De belangrijkste elektrolyten die verloren gaan zijn natrium, kalium en chloride. Een tekort aan elektrolyten leidt tot spierkrampen, vermoeidheid en in ernstige gevallen hartproblemen.
Specifieke maatregelen per diersoort:
- Paarden: Bied een zoutliksteen aan of voeg 10 tot 30 gram los zout toe aan het voer. Na intensieve arbeid in de warmte kunnen elektrolytenpreparaten via het drinkwater worden gegeven.
- Koeien en geiten: Een mineraalliksteen in de wei is voldoende voor de meeste situaties.
- Kippen: Voeg bij extreme hitte (boven 30 graden) een elektrolytenpreparaat toe aan het drinkwater. U kunt ook een snufje baking soda (1 gram per liter) toevoegen om de pH te reguleren.
- Honden: Zorg voor voldoende water. Elektrolytensupplementen zijn zelden nodig tenzij de hond extreem actief is in de hitte.
- Konijnen: Vers groenvoer (sla, komkommer) levert extra vocht en mineralen. Beperk dit tot kleine hoeveelheden om diarree te voorkomen.
Voedsel bewaren en bederf voorkomen
Warmte versnelt het bederf van voedsel aanzienlijk. Natvoer (blikken, vers vlees, BARF) bederft binnen enkele uren bij temperaturen boven 20 graden. Droogvoer en pellets zijn minder gevoelig, maar kunnen bij vochtige warmte schimmelen of aangetast raken door voedermijt. Verontreinigd voer kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.
Praktische tips voor de zomer:
- Natvoer: Verwijder onaangeroerde resten binnen 30 minuten. Bewaar geopende blikken in de koelkast en gebruik ze binnen 24 uur.
- Droogvoer: Bewaar het in een afgesloten, koele en droge ruimte. Koop geen grote voorraden die weken open blijven staan.
- Hooi: Bewaar hooi droog en goed geventileerd. Vochtig hooi in de warmte beschimmelt snel en is gevaarlijk voor paarden en herkauwers.
- Voerbakken: Reinig voerbakken dagelijks. In de warmte groeien bacterien sneller en kunnen voedselresten gaan rotten.
- Waterbakken: Schoon dagelijks. Algengroei in waterbakken in de zon is een veelvoorkomend probleem.
Specifieke tips per diersoort
Paarden: Pas de weidegang aan. Laat paarden in de vroege ochtend en late avond naar buiten en houd ze overdag op stal of in een schaduwrijke paddock. Voorkom langdurig verblijf in de volle zon. Zorg voor continue toegang tot water en een zoutliksteen. Na het werk niet direct groot drinken laten, maar in kleine hoeveelheden aanbieden.
Kippen: Kippen zijn zeer gevoelig voor hitte. Zorg voor schaduw in de uitloop. Bevries fruit (watermeloen, komkommer) en bied dit aan als koele traktatie. Zorg voor goede ventilatie in het hok. Bij extreme hitte kunt u een ondiepe bak met koel water neerzetten zodat de kippen hun poten kunnen koelen. Let op verminderde eierproductie. Dit is normaal en herstelt zich wanneer het afkoelt.
Honden: Voer niet direct voor of na inspanning. Beperk wandelingen tot de vroege ochtend en late avond. Loop niet op heet asfalt (leg uw handpalm 5 seconden op het asfalt; als het te heet is voor uw hand, is het te heet voor hondenpoten). Bied altijd water aan onderweg. Kortsnuitige rassen (Bulldog, Mopshond, Shih Tzu) zijn extra kwetsbaar voor hittestress.
Katten: Katten reguleren hun temperatuur doorgaans goed zelf, maar zorg voor koele plekken in huis. Bied extra drinkplaatsen aan. Een drinkfontein stimuleert het drinken. Natvoer levert extra vocht op. Buitenkatten moeten altijd toegang hebben tot schaduw en water.
Konijnen: De meest hittegevoelige huisdieren. Konijnen kunnen al bij 28 graden een hitteberoerte krijgen. Verplaats hokken naar de schaduw of naar binnen. Leg een koelelement (gewikkeld in een handdoek) in het hok. Bied verse kruiden aan die vocht bevatten. Sproei de oren licht met water (konijnen koelen af via hun oren). Controleer meerdere keren per dag of het konijn alert en actief is.
Wanneer de dierenarts bellen?
Neem direct contact op met de dierenarts bij de volgende alarmsignalen:
- Het dier hijgt excessief en komt niet tot rust, ook niet in de schaduw
- Wankelen, desoriientatie of bewusteloosheid
- Extreem rode of blauwe slijmvliezen (tandvlees, tong)
- Braken of ernstige diarree bij hitte
- Lichaamstemperatuur boven de 40 graden Celsius (normaal: 37,5-39 bij de meeste diersoorten)
- Konijnen die slap op hun zij liggen
- Kippen die met gespreide vleugels en open bek op de grond liggen
Bij verdenking van een hitteberoerte moet u het dier direct koelen met lauw (niet ijskoud) water en zo snel mogelijk naar de dierenarts brengen. Gebruik geen ijswater, want dat veroorzaakt vaatvernauwing waardoor de warmte juist ingesloten raakt.
Wilt u de voedingsbehoefte van uw dieren in de zomer berekenen, inclusief de seizoenscorrectie? Gebruik de VoerGids calculator om het voeradvies automatisch aan te passen aan het seizoen en de omstandigheden.