Duiven voeren: het juiste zaadmengsel kiezen
Welk zaadmengsel is het beste voor uw duiven? Van wedstrijdduiven tot sierduiven: ontdek de juiste voeding per type duif.

De basis: welke granen en zaden zitten in duivenvoer?
Duivenvoer bestaat uit een mengsel van granen, peulvruchten en oliezaden. Elk ingrediënt heeft een specifieke functie. Het begrijpen van deze ingrediënten helpt u om het juiste mengsel te kiezen of zelf samen te stellen.
Granen (koolhydraatbronnen, 40-60% van het mengsel)
- Tarwe: een goed verteerbare energiebron met circa 12% eiwit. Tarwe is de basis van de meeste rustmengsels. Het is relatief arm aan vet en bevat veel zetmeel voor snelle energie.
- Gerst: vergelijkbaar met tarwe maar iets lager in eiwit (10%) en energie. Gerst is populair in rustmengsels omdat het de duiven niet "opjut." Het vezelgehalte is iets hoger dan tarwe.
- Mais: de energiekampioen onder de granen. Mais bevat meer vet (4%) dan tarwe of gerst en levert veel energie. Zeer geschikt voor de wintermaanden en de vliegsperiode. Kleine maissoorten (cribs) hebben de voorkeur boven grote mais.
- Paddy (ongepelde rijst): licht verteerbaar en geschikt als aanvulling. Vooral populair in het zuiden van Europa.
- Dari (milo/sorghum): een klein, rond graantje met een goede energiewaarde. Populair als onderdeel van het basismengsel.
Peulvruchten (eiwitbronnen, 20-40% van het mengsel)
- Erwten (groene, gele, bruine): de belangrijkste eiwitbron in duivenvoer met circa 22% eiwit. Erwten zijn goed verteerbaar en bevatten daarnaast veel lysine, een essentieel aminozuur voor spieropbouw en veerherstel.
- Veldbonen (paardenbonen/duivenbonen): nog eiwitrijker dan erwten (25-27%) en bevatten meer energie. Geschikt voor de kweekperiode en de vliegsperiode.
- Wikke: een kleine peulvrucht met een hoog eiwitgehalte. In beperkte mate toevoegen (maximaal 5%).
- Linzen: klein en goed verteerbaar, circa 24% eiwit. Geschikt als aanvulling.
Oliezaden (vetbronnen, 5-15% van het mengsel)
- Zonnebloempitten: hoog in vet (45-50%) en eiwit. In beperkte mate toevoegen voor extra energie en een glanzende verenkleed.
- Lijnzaad: bevat omega-3 vetzuren die goed zijn voor de veren en het immuunsysteem. Niet meer dan 3-5% van het mengsel.
- Hennepzaad: een complete eiwitbron met alle essentiële aminozuren en een gunstige verhouding omega-3/omega-6. Populair in wedvluchtmengsels.
- Koolzaad: klein zaad met een hoog vetgehalte (40%). In beperkte mate toevoegen.
Rustmengsel, vluchtmengsel en kweekmengsel: de verschillen
De voedingsbehoefte van duiven verschilt sterk per seizoen en activiteit. Ervaren duivenmelkers werken daarom met verschillende mengsels.
Rustmengsel (winter, buiten het seizoen)
In de rustperiode (oktober tot februari) hebben duiven een laag energie- en eiwitgehalte nodig. Ze vliegen niet en hoeven geen eieren te produceren of jongen te voeden.
Samenstelling: 60-70% granen (tarwe, gerst), 20-30% peulvruchten (erwten), 5-10% kleine zaden en oliezaden. Eiwitgehalte: circa 12-14%. Vetgehalte: laag (2-4%).
Vluchtmengsel (wedvluchtsperiode, mei tot september)
Tijdens de vluchtsperiode hebben duiven maximale energie en snel herstel nodig. Het mengsel bevat meer vet en koolhydraten.
Samenstelling: 40-50% granen (meer mais), 25-35% peulvruchten, 10-15% oliezaden. Eiwitgehalte: 14-16%. Vetgehalte: 5-8%. Geef na een vlucht een licht verteerbaar mengsel (meer kleine zaden, minder zware peulvruchten) en bouw in de dagen erna op naar het volledige vluchtmengsel.
Kweekmengsel (kweekperiode, maart tot juli)
Broedende en voedende duiven hebben extra eiwit nodig voor de eierproductie en de groei van de jongen. Jonge duiven in de eerste weken krijgen "kropmelk" van de ouders, een eiwitrijke substantie die de ouders in hun krop produceren.
Samenstelling: 35-45% granen, 35-45% peulvruchten (meer erwten en veldbonen), 10-15% oliezaden. Eiwitgehalte: 16-18%. Vetgehalte: 5-7%.
Grit, mineralen en supplementen
Naast het zaadmengsel hebben duiven een gritmix nodig. Duiven hebben geen tanden en slikken hun voer in zijn geheel door. In de spiermaag (de "maalmag") worden de zaden vermalen met behulp van grit (kleine steentjes).
Een goede gritmix bevat:
- Onoplosbaar grit: vuursteentjes of granietsplinters die in de spiermaag de zaden vermalen
- Oplosbaar grit: oesterschelpengrit (calciumcarbonaat) dat langzaam oplost en calcium levert
- Rode steen: een geperste blok met kleimineralen, zout en spoorelementen. Zet altijd een rode steen in het hok.
- Houtskool: bindt gifstoffen in het spijsverteringsstelsel
Aanvullende supplementen die veel duivenmelkers gebruiken:
- Multivitaminen: via het drinkwater, vooral na vluchten en bij de rui
- Biergist: rijk aan B-vitaminen en aminozuren, goed voor het verenkleed
- Appelazijn: 1 eetlepel per liter drinkwater, 2 tot 3 keer per week. Bevordert de verzuring van het spijsverteringsstelsel en remt schadelijke bacteriën.
- Elektrolyten: na zware vluchten bij warm weer om het mineralenverlies door zweten aan te vullen
- Probiotica: na antibioticakuren om de darmflora te herstellen
Jonge duiven voeren
Jonge duiven worden de eerste 5 tot 7 dagen uitsluitend gevoed met kropmelk van de ouders. Daarna voegen de ouders geleidelijk geweekt zaad toe. Vanaf circa 4 weken beginnen de jongen zelf te pikken.
Bij het spenen (4 tot 5 weken) moeten jonge duiven leren eten en drinken. Tips:
- Plaats het voer en water op een opvallende plek, bij voorkeur op de grond in een ondiepe bak
- Geef de eerste week klein, gemakkelijk verteerbaar zaad: kleine erwten, dari, milo, fijne tarwe
- Vermijd grote zaden (mais, veldbonen) in de eerste weken
- Dip bij twijfel de snavel voorzichtig in het water zodat de jonge duif leert drinken
Water: de vergeten voedingsstof
Een duif drinkt dagelijks 30 tot 60 ml water, meer bij warm weer of tijdens de vluchtsperiode. Vers, schoon water moet altijd beschikbaar zijn. Vervang het water minimaal eenmaal per dag. In de zomer bij warm weer tweemaal per dag.
Gebruik bij voorkeur een vacuümdrinker (kanteldrinkbak) in plaats van een open bak. Een open waterbak raakt snel vervuild met mest en voer, wat een ideale voedingsbodem is voor bacteriën en parasieten (trichomonas, E. coli). Reinig de drinker dagelijks met warm water en wekelijks met een desinfecterend middel.
Veelgemaakte fouten en zelf mengen versus kant-en-klaar
De meest voorkomende fouten bij het voeren van duiven:
- Overvoeren: duiven die te veel eten worden te zwaar en presteren slecht op vluchten. Een volwassen duif eet circa 25 tot 35 gram per dag in rust, oplopend tot 40 tot 50 gram tijdens de vluchtsperiode.
- Heel het jaar hetzelfde mengsel: de voedingsbehoefte wisselt per seizoen. Pas het mengsel aan.
- Oude of beschimmelde zaden: bewaar voer droog, koel en donker. Controleer regelmatig op schimmel en meelmotten.
- Geen grit aanbieden: zonder grit kan de duif het voer niet vermalen en ontstaan spijsverteringsproblemen.
- Te veel pinda s of zonnebloempitten: deze zijn erg geliefd maar te vet als ze in grote hoeveelheden gegeven worden.
Over zelf mengen versus kant-en-klaar: voor beginners is een kant-en-klaar mengsel van een betrouwbaar merk (Versele-Laga, Beyers, Mariman, Garvo) de veiligste keuze. Deze mengsels zijn samengesteld door voedingsdeskundigen en bieden een evenwichtige samenstelling. Ervaren duivenmelkers mengen vaak zelf om het mengsel precies af te stemmen op hun duiven en het seizoen. Dit vereist echter kennis van de voedingswaarden van elk ingrediënt.
Wilt u de voedingsbehoefte van uw dieren berekenen? Gebruik de VoerGids voerberekening voor een advies op maat, gebaseerd op de officiële CVB-normen.