← Alle artikelen
konijnen24 mei 2026door Nick Albers

GI-stasis bij konijnen: het belang van vezel

GI-stasis bij konijnen: oorzaken, symptomen en preventie. Ontdek waarom vezel en hooi onmisbaar zijn voor een gezonde konijnenspijsvertering.

GI-stasis bij konijnen: het belang van vezel

GI-stasis (gastro-intestinale stasis) is een van de meest gevreesde aandoeningen bij konijnen. De darmen vertragen of stoppen helemaal. Zonder behandeling kan een konijn binnen 24 tot 48 uur overlijden. Het goede nieuws: met de juiste voeding kun je GI-stasis grotendeels voorkomen. En de sleutel is vezel.

Wat is GI-stasis?

GI-stasis betekent dat de spijsvertering van het konijn vertraagt of stilvalt. De normale darmperistaltiek (de golvende bewegingen die voedsel door het darmkanaal duwen) neemt af. Het voedsel blijft in de maag of darmen liggen en begint te gisten. Daarbij ontstaan gassen die de darmen opzetten.

Het konijn krijgt buikpijn, stopt met eten en drinken, en produceert minder of geen keutels. In de stilstaande darm vermenigvuldigen schadelijke bacterien zich snel. Ze produceren gifstoffen die in de bloedbaan terechtkomen. Dit kan leiden tot leverfalen en de dood.

GI-stasis is geen ziekte op zich, maar een syndroom. Het is het eindresultaat van verschillende oorzaken die allemaal leiden tot hetzelfde probleem: de darmen stoppen.

Waarom zijn konijnen zo kwetsbaar?

Het spijsverteringsstelsel van konijnen is uniek en tegelijk fragiel. Konijnen zijn hindgut fermenters: ze fermenteren hun voedsel in de blinde darm (caecum), een groot orgaan dat tot 40 procent van de buikinhoud uitmaakt.

De blinde darm bevat miljarden bacterien en andere micro-organismen die cellulose (plantenvezels) afbreken. Dit microbioom is heel specifiek en gevoelig. Elke verstoring (te weinig vezel, te veel suiker, stress, antibiotica) kan het evenwicht verstoren.

Daarnaast kunnen konijnen niet braken. Als er iets verkeerds in de maag zit, kan het er niet meer uit via de mond. Het moet er doorheen. Dit maakt konijnen extra kwetsbaar voor maagdarmproblemen.

Oorzaken van GI-stasis

Te weinig vezel. Dit is de meest voorkomende oorzaak. Vezel (met name onverteerbare vezel uit hooi en gras) houdt de darmen in beweging. Zonder voldoende vezel vertraagt de peristaltiek. Het voedsel blijft te lang in de darmen liggen.

Te veel zetmeel en suikers. Een rantsoen met te veel pellets, brood, graan, crackers of snoepjes verstoort het bacterie-evenwicht in de blinde darm. De zetmeelverterende bacterien nemen de overhand en produceren gassen.

Te weinig water. Droge darminhoud beweegt langzamer. Een konijn dat te weinig drinkt, loopt risico op een verstopping.

Stress. Verhuizing, een nieuwe partner, lawaai, een bezoek aan de dierenarts of eenzaamheid kan stress veroorzaken. Stress remt de darmwerking bij konijnen.

Pijn. Kiesproblemen, blaasproblemen of andere pijnlijke aandoeningen zorgen ervoor dat het konijn minder eet. Minder eten betekent minder vezel en dus trager werkende darmen.

Haarballetjes. Konijnen likken zichzelf en slikken daarbij haar in. Normaal worden die haren met de keutels uitgescheiden. Maar bij een trage spijsvertering kunnen de haren samenklonteren in de maag. Dit verergert de stasis.

Gebrek aan beweging. Konijnen die de hele dag in een klein hok zitten, bewegen te weinig. Beweging stimuleert de darmperistaltiek. Een konijn dat de hele dag stilzit, heeft tragere darmen.

Symptomen herkennen

Vroege herkenning is levensreddend. Let op deze signalen:

  • Minder of geen keutels. Dit is het eerste en belangrijkste signaal. Controleer dagelijks de hoeveelheid en kwaliteit van de keutels. Normale keutels zijn rond, droog en bestaan grotendeels uit vezels.
  • Kleine, harde of onregelmatige keutels. Soms zitten de keutels aan elkaar geregen met haren (een "kralenketting"). Dit wijst op een trage darmpassage.
  • Verminderde eetlust. Het konijn eet minder of alleen nog de lekkerste dingen (brokjes, snoepjes) en laat het hooi liggen.
  • Opgezette buik. De buik voelt hard en gespannen aan. Het konijn zit in een gebogen houding.
  • Apathie. Het konijn zit stil in een hoek, reageert minder op prikkels en heeft matte ogen.
  • Tandenknersen. Zachtjes knarsen met de tanden is een teken van pijn bij konijnen.

Als je een of meer van deze symptomen ziet: wacht niet af. GI-stasis is een spoedgeval. Neem contact op met een konijnenkundige dierenarts.

De rol van vezel

Vezel is het allerbelangrijkste onderdeel van het konijnenrantsoen. Er zijn twee soorten vezel die verschillende functies hebben:

Onverteerbare vezel (lange vezels). Dit zijn de grove, lange vezels in hooi en gras. Ze worden niet gefermenteerd in de blinde darm, maar gaan direct door het darmkanaal. Ze stimuleren de peristaltiek en houden de darmen in beweging. Zonder deze vezels stopt de darm.

Verteerbare vezel (korte vezels). Dit zijn kleinere vezels die wel in de blinde darm terechtkomen en daar gefermenteerd worden door bacterien. Dit levert vluchtige vetzuren op die energie geven aan het konijn. De verteerbare vezels worden ook uitgescheiden als cecotrofen (de zachte keutels die konijnen direct opeten).

Beide soorten vezel zijn nodig. En de beste bron voor beide is hooi.

Het ideale konijnenrantsoen

Een goed rantsoen voor een volwassen konijn ziet er zo uit:

Hooi: 80 procent van het rantsoen. Hooi moet onbeperkt beschikbaar zijn, dag en nacht. Een konijn moet per dag minimaal een portie hooi eten die gelijk is aan zijn eigen lichaamsomvang. Timothee-hooi is een goede keuze voor volwassen konijnen. Het bevat veel vezel en relatief weinig calcium. Andere geschikte hooitypen zijn berghooi, weidehooi en kruidenhooi.

Luzerne-hooi (alfalfa) is te rijk in calcium en eiwit voor volwassen konijnen. Het is geschikt voor jonge konijnen (tot 6 maanden) en drachtige of zogende voedsters.

Verse groente: 10 tot 15 procent. Geef dagelijks een verscheidenheid aan groene bladgroenten. Goede keuzes zijn: andijvie, rucola, veldsla, peterselie, selderijblad, radicchio, waterkers en paardenbloembladeren. Geef 1 tot 2 kopjes per kilo lichaamsgewicht per dag.

Vermijd ijsbergsla (te weinig voedingsstoffen, veel water), bloemkool en kool in grote hoeveelheden (veroorzaken gasvorming).

Pellets: 5 procent. Pellets zijn een aanvulling, geen hoofdvoer. Geef maximaal 1 eetlepel per kilo lichaamsgewicht per dag. Kies pellets die minstens 18 procent ruwe vezel bevatten. Vermijd muesli-mengsels, waarbij het konijn de lekkerste stukjes eruit pikt en de vezelrijke delen laat liggen.

Water: onbeperkt. Schoon water moet altijd beschikbaar zijn. Gebruik een drinkfles of een zware waterbak die niet om kan vallen. Sommige konijnen drinken meer uit een bak dan uit een fles.

Veelgemaakte fouten

  • Te veel pellets. Veel konijnenhouders geven te veel brokjes. Het konijn eet dan de brokjes en laat het hooi liggen. Het gevolg: te weinig vezel.
  • Snoepjes en traktaties. Yoghurtdrops, zaadstaven, honingkoekjes en andere knaagdiersnoepjes bevatten veel suiker en zetmeel. Ze verstoren het microbioom en dragen bij aan GI-stasis. Geef ze niet.
  • Plotselinge voerwijziging. Het microbioom van een konijn heeft 1 tot 2 weken nodig om zich aan te passen aan een nieuw voer. Wissel nooit abrupt van voer. Meng het nieuwe voer geleidelijk door het oude.
  • Te weinig hooi. Hooi is niet het bijgerecht, het is het hoofdgerecht. Vul de hooiruif dagelijks bij. Als het hooi op is voordat je bijvult, geef je te weinig.

Eerste hulp bij GI-stasis

GI-stasis is een spoedgeval dat behandeling door een dierenarts vereist. Maar in afwachting van de dierenarts kun je het volgende doen:

  • Stimuleer het konijn om te bewegen. Beweging bevordert de darmwerking.
  • Bied vers hooi, verse kruiden (peterselie, dille, koriander) en water aan.
  • Masseer voorzichtig de buik, als het konijn dit toelaat.
  • Houd het konijn warm. Een ziek konijn koelt snel af.
  • Geef geen voedsel via een spuitje zonder overleg met de dierenarts.

De dierenarts kan maagdarmstimulerende medicijnen geven (zoals metoclopramide of cisapride), pijnstilling, infuus en dwangvoeding. Hoe eerder de behandeling begint, hoe groter de kans op herstel.

Samenvatting

GI-stasis bij konijnen is een levensbedreigende aandoening die je grotendeels kunt voorkomen met de juiste voeding. Hooi moet de basis vormen van het rantsoen: 80 procent of meer. Beperk pellets tot een eetlepel per kilo per dag. Vermijd suikerrijke snoepjes. Zorg voor voldoende beweging, schoon water en weinig stress. En controleer dagelijks de keutels. Veranderingen in de keutels zijn het eerste signaal dat er iets mis is.

Wil je weten hoeveel jouw konijn precies nodig heeft? Gebruik de VoerGids calculator voor een persoonlijk voeradvies op basis van gewicht, leeftijd en seizoen.