← Alle artikelen
katten28 april 2026door Nick Albers

Kat met nierziekte: aangepaste voeding

Uw kat heeft nierziekte? Ontdek hoe aangepaste voeding het ziekteverloop vertraagt en de kwaliteit van leven verbetert.

Kat met nierziekte: aangepaste voeding

Nierziekte bij katten: hoe vaak komt het voor?

Chronische nierziekte (CNI, ook wel CNE genoemd: Chronische Nierziekte bij de Kat) is een van de meest voorkomende aandoeningen bij oudere katten. Naar schatting krijgt 30 tot 40% van alle katten ouder dan 15 jaar te maken met een vorm van nierziekte. Maar ook jongere katten kunnen getroffen worden. Sommige rassen, zoals de Perzen, Maine Coon en Siamees, hebben een genetische aanleg voor nierproblemen.

De nieren vervullen essientiele functies: ze filteren afvalstoffen uit het bloed, reguleren de vochtbalans en de bloeddruk, produceren hormonen voor de aanmaak van rode bloedcellen en activeren vitamine D. Wanneer de nieren niet meer goed functioneren, stapelen afvalstoffen zich op in het bloed en raakt het hele lichaam uit balans.

Het verraderlijke aan nierziekte is dat katten pas symptomen laten zien wanneer al meer dan 65 tot 75% van de nierfunctie verloren is gegaan. Vroege opsporing door regelmatige bloedonderzoeken bij katten ouder dan 7 jaar is daarom van groot belang.

Symptomen herkennen

De eerste tekenen van nierziekte zijn vaak subtiel en worden makkelijk over het hoofd gezien:

  • Meer drinken en meer plassen: De nieren kunnen de urine niet meer goed concentreren, waardoor de kat meer water verliest en dit probeert te compenseren door meer te drinken.
  • Gewichtsverlies: Ondanks een normale of zelfs verhoogde eetlust kan de kat langzaam afvallen.
  • Verminderde eetlust: In latere stadia wordt de kat misselijk door de ophoping van afvalstoffen en gaat minder of helemaal niet meer eten.
  • Slechte vacht: De vacht wordt dof, droog en soms plakkerig.
  • Braken: Door de ophoping van ureum in het bloed wordt de kat misselijk.
  • Lusteloosheid: De kat slaapt meer en is minder actief.
  • Slechte adem: Een ammoniakachtige of ureumachtige geur uit de bek is kenmerkend voor gevorderde nierziekte.

Herkent u een of meer van deze symptomen bij uw kat? Laat dan zo snel mogelijk een bloedonderzoek en urineonderzoek doen bij de dierenarts.

IRIS-stadia van nierziekte

De ernst van nierziekte wordt ingedeeld volgens het IRIS-systeem (International Renal Interest Society) op basis van creatinine- en SDMA-waarden in het bloed:

StadiumCreatinine (umol/L)SDMA (ug/dL)Beschrijving
1<140<18Milde nierinsuffientie, geen symptomen
2140-25018-25Milde tot matige nierinsuffientie, subtiele symptomen
3251-44026-38Matige tot ernstige nierinsuffientie, duidelijke symptomen
4>440>38Ernstige nierinsuffientie, terminaal

Vanaf IRIS stadium 2 wordt doorgaans geadviseerd om over te stappen op een nierdieet. Hoe eerder u begint met een aangepast voerbeleid, hoe meer u de progressie van de ziekte kunt vertragen en de kwaliteit van leven kunt verbeteren.

Dieetvoer: de hoeksteen van de behandeling

Voedingsaanpassing is een van de belangrijkste pijlers in de behandeling van nierziekte bij katten. De drie kernprincipes van nierdieetvoer zijn:

1. Minder fosfor

Fosfor is de grootste vijand bij nierziekte. Zieke nieren kunnen fosfor niet meer goed uitscheiden, waardoor het fosfaatgehalte in het bloed stijgt. Dit versnelt de achteruitgang van de nieren en veroorzaakt secundaire hyperparathyreoidie (overactiviteit van de bijschildklier). Nierdieetvoer bevat daarom een sterk verlaagd fosforgehalte, doorgaans minder dan 0,5% op droge stofbasis.

2. Aangepast eiwit

Het eiwitgehalte in nierdieetvoer is gematigd, niet extreem verlaagd. Katten zijn obligate carnivoren en hebben eiwit nodig om spiermassa te behouden. Te weinig eiwit leidt tot spierafbraak en een snellere achteruitgang. Het gaat om kwalitatief hoogwaardig eiwit in een gematigde hoeveelheid. Nierdieetvoer bevat typisch 24 tot 30% eiwit op droge stofbasis, vergeleken met 35 tot 45% in normaal kattenvoer.

3. Verhoogd vetgehalte

Om ondanks het lagere eiwitgehalte voldoende calorieen te leveren, bevat nierdieetvoer meer vet. Dit helpt gewichtsverlies te voorkomen. Omega-3 vetzuren (EPA en DHA) uit visolie hebben bovendien een beschermend effect op de nieren doordat ze ontstekingen remmen.

Natvoer versus droogvoer bij nierziekte

Bij nierkatten verdient natvoer de voorkeur boven droogvoer. De reden is simpel: hydratatie. Natvoer bevat 75 tot 80% vocht, terwijl droogvoer slechts 8 tot 10% vocht bevat. Katten met nierziekte verliezen extra vocht via de urine en hebben moeite om dit te compenseren. Door natvoer te geven, krijgt de kat een aanzienlijke hoeveelheid vocht binnen via het voer.

Dit betekent niet dat droogvoer verboden is. Sommige katten weigeren natvoer of zijn hun hele leven gewend aan brokjes. In dat geval kunt u:

  • Water toevoegen aan de brokjes (laat ze 10 minuten weken)
  • Een drinkfontein aanbieden (stromend water stimuleert het drinken)
  • Meerdere drinkpunten in huis plaatsen
  • Bouillon zonder zout door het voer mengen
  • IJsblokjes van kippenbouillon (zoutarm) aanbieden als traktatie

Fosfaatbinders en supplementen

Wanneer het fosforgehalte in het bloed ondanks dieetvoer te hoog blijft, kan de dierenarts fosfaatbinders voorschrijven. Dit zijn preparaten die u door het voer mengt en die fosfor in de darmen binden, zodat het via de ontlasting wordt uitgescheiden in plaats van in het bloed te komen. Veelgebruikte fosfaatbinders zijn aluminiumhydroxide, calciumcarbonaat en lanthaancarbonaat.

Andere supplementen die bij nierziekte relevant kunnen zijn:

  • Kalium: Veel nierkatten verliezen te veel kalium via de urine, wat leidt tot spierzwakte en lusteloosheid. Kaliumcitraat of kaliumgluconaat kan worden gesuppleerd.
  • B-vitamines: Wateroplosbare vitamines worden bij nierziekte sneller uitgescheiden. Een B-vitamine complex ondersteunt de eetlust en het algemene welzijn.
  • Omega-3 vetzuren: EPA en DHA uit visolie remmen ontstekingsprocessen in de nieren.
  • Ijzer: Bij bloedarmoede (anemie) als gevolg van verminderde EPO-productie kan ijzersuppletie nodig zijn.

Bloeddruk en natriumbeperking

Hoge bloeddruk (hypertensie) komt voor bij 20 tot 65% van de katten met nierziekte. Onbehandelde hypertensie veroorzaakt schade aan de ogen (netvliesloslating, blindheid), de hersenen, het hart en de nieren zelf. De dierenarts kan de bloeddruk meten en indien nodig medicatie voorschrijven, meestal amlodipine.

Wat betreft natrium: nierdieetvoer bevat doorgaans een gematigd natriumgehalte. Extreem zoutarm voer is bij katten niet nodig en kan zelfs de eetlust verminderen. Het gaat om het vermijden van extra zout, niet om een streng natriumbeperkt dieet.

Levensverwachting en kwaliteit van leven

De prognose bij nierziekte hangt sterk af van het stadium waarin de diagnose wordt gesteld en hoe goed de kat reageert op de behandeling. Katten die in stadium 2 worden gediagnosticeerd en goed op dieetvoer reageren, kunnen nog 2 tot 5 jaar een goede kwaliteit van leven hebben. In stadium 3 is de levensverwachting korter, maar met intensieve ondersteuning (dieet, vochtinfusen, medicatie) zijn nog 1 tot 3 jaar mogelijk. Stadium 4 is het terminale stadium, waarbij de focus verschuift naar palliatieve zorg en het comfortabel houden van de kat.

Regelmatige controles (elke 3 tot 6 maanden bloedonderzoek) zijn essentieel om de behandeling bij te sturen. Met de juiste voeding en medische ondersteuning kunt u de kwaliteit van leven van uw nierkat aanzienlijk verbeteren.

Wilt u de voedingsbehoefte van uw kat berekenen en het juiste voer kiezen? Gebruik de VoerGids calculator voor een advies op maat, afgestemd op leeftijd, gewicht en gezondheidsstatus.