← Alle artikelen
lamas1 mei 2026door Nick Albers

Lama vs. alpaca: de belangrijkste verschillen in voeding

Lama vs. alpaca voeding: de belangrijkste verschillen in ruwvoer, krachtvoer en mineralen voor hobbyhouders en kinderboerderijen.

Lama vs. alpaca: de belangrijkste verschillen in voeding

Waarom verschilt de voeding?

Lama’s en alpaca’s zijn beide Zuid-Amerikaanse kameelachtigen (cameliden), maar ze zijn voor heel andere doelen gefokt. Lama’s zijn van oorsprong lastdieren - groter, sterker en zwaarder, met een lichaamsgewicht van 80 tot 150 kilogram. Alpaca’s daarentegen zijn gefokt voor hun wolproductie - ze zijn lichter (50-80 kg) en hebben een fijner metabolisme dat gericht is op het produceren van hoogwaardige vezels. Dit fundamentele verschil in lichaamsbouw en functie heeft directe gevolgen voor hun voedingsbehoeften.

In Nederland worden beide soorten steeds populairder, vooral op kinderboerderijen, hobbybedrijven en als gezelschapsdier. Toch worden ze vaak op dezelfde manier gevoerd, wat kan leiden tot onder- of overvoeding. In dit artikel leggen we de belangrijkste verschillen uit.

Ruwvoer: de absolute basis

Zowel lama’s als alpaca’s zijn pseudo-herkauwers met een driekamerige maag (in tegenstelling tot de vierkamerige maag van echte herkauwers zoals koeien). Hun spijsvertering is uiterst efficiënt - ze halen aanzienlijk meer energie uit ruwvoer dan schapen of geiten. Dit betekent dat ze relatief weinig voer nodig hebben voor hun lichaamsgewicht.

De basis van het dieet voor beide soorten moet altijd bestaan uit:

  • Goed hooi van de eerste of tweede snede - dit vormt 80-90% van het dieet. De droge stof opname bedraagt 1,5 tot 2% van het lichaamsgewicht per dag
  • Weidegang in het groeiseizoen als aanvulling, maar met de nodige voorzichtigheid: voorjaarsgras is vaak veel te eiwitrijk voor cameliden en kan maagdarmproblemen veroorzaken
  • Geen kuilgras of silage - de meeste cameliden verdragen ingekuild gras slecht vanwege het hogere vochtgehalte en de zuurgraad. Het risico op listeriose is bij cameliden groter dan bij herkauwers

Een veelgemaakte fout is het aanbieden van te veel ruwvoer van te hoge kwaliteit. Cameliden zijn geëvolueerd in de schrale hooglanden van de Andes en zijn aangepast aan voedselarme omgevingen. Een rijke Nederlandse wei is eigenlijk te voedzaam voor ze.

Energiebehoefte: de cijfers

De energiebehoefte van cameliden wordt uitgedrukt in metaboliseerbare energie (ME). De berekening is vergelijkbaar met die van kleine herkauwers, maar met een lagere factor vanwege hun efficiëntere spijsvertering.

Een lama van 120 kg op onderhoud heeft een dagelijkse energiebehoefte van circa 6.100 kJ ME per dag. Een alpaca van 65 kg komt uit op ongeveer 4.200 kJ ME per dag. Wanneer je dit omrekent per kilogram lichaamsgewicht, zie je dat alpaca’s iets zuiniger zijn in hun basisverbruik. Echter, alpaca’s hebben bovenop deze onderhoudsbehoefte nog extra energie nodig voor hun wolproductie, wat jaarlijks een aanzienlijke investering vergt van het lichaam.

Bij dracht stijgt de energiebehoefte met 30-40% in het laatste trimester. Bij lactatie kan de behoefte zelfs verdubbelen, vooral in de eerste zes weken na de geboorte van het veulen (cria).

Eiwitbehoefte: het grote verschil

Hier zit het belangrijkste verschil tussen de twee soorten. Alpaca’s hebben een structureel hogere eiwitbehoefte dan lama’s, vooral tijdens de wolgroeiperiode. Alpacawol (fleece) bestaat uit keratine, een eiwit dat rijk is aan zwavelhoudende aminozo’ren zoals cysteïne en methionine. Het produceren van 3-5 kg fleece per jaar kost het lichaam aanzienlijk veel eiwit.

De aanbevelingen zijn:

  • Alpaca’s: 12-14% ruw eiwit in het totale rantsoen, met voldoende methionine
  • Lama’s: 10-12% ruw eiwit is doorgaans voldoende voor onderhoud

Let op: te veel eiwit is voor beide soorten schadelijk en kan leiden tot leverproblemen (hepatische lipidose). Dit is een van de redenen waarom jong, eiwitrijk voorjaarsgras problematisch kan zijn.

Mineralen: gedeelde risico’s

Op het gebied van mineralen delen lama’s en alpaca’s dezelfde kwetsbaarheden. De belangrijkste aandachtspunten zijn:

Kopergevoeligheid: beide soorten zijn zeer gevoelig voor kopervergiftiging. Gebruik nooit mineralenmengsels die bedoeld zijn voor rundvee of geiten - deze bevatten veel te veel koper. Speciale camelidenmineralen of schaapsmineralen (die koperarm zijn) vormen het veiligste alternatief.

Vitamine D3: cameliden komen oorspronkelijk uit hooggelegen gebieden met zeer intensieve UV-straling. In Nederland is de UV-index, vooral van oktober tot april, onvoldoende voor een adequate vitamine D3-aanmaak via de huid. Supplementatie met vitamine D3 is in deze periode essentieel om rachitis (bij jonge dieren) en osteomalacie (bij volwassenen) te voorkomen.

Selenium: de Nederlandse bodems zijn relatief arm aan selenium, waardoor gras en hooi vaak onvoldoende selenium bevatten. Een seleniumtekort kan leiden tot witte spierziekte (nutritionele myopathie), verminderde vruchtbaarheid en een verzwakt immuunsysteem.

Zink: vooral bij alpaca’s is zink belangrijk voor de wolkwaliteit. Een tekort uit zich in een doffe, breekbare fleece en kan ook huidproblemen veroorzaken.

Krachtvoer: minder is meer

Een van de meest voorkomende fouten bij het houden van cameliden is het geven van te veel krachtvoer. Cameliden worden door hun efficiënte spijsvertering snel te dik, en obesitas is een van de grootste gezondheidsproblemen bij gehouden lama’s en alpaca’s in Nederland.

Krachtvoer is alleen nodig bij:

  • Dracht (laatste trimester) - ter voorkoming van zwangerschapstoxicose
  • Lactatie - de eerste 6-8 weken na de geboorte
  • Ondergewicht of ziekte - als het dier moet herstellen
  • Strenge winter - als de hooi-opname alleen onvoldoende energie levert

Bij krachtvoer is het belangrijk om een speciaal camelidenvoer te kiezen, of een laag-eiwit schapenvoer zonder toegevoegd koper. De hoeveelheid moet strikt beperkt blijven tot maximaal 0,5% van het lichaamsgewicht per dag.

Waterbehoefte

Cameliden drinken relatief weinig water vergeleken met andere dieren van vergelijkbare grootte. Een volwassen lama drinkt gemiddeld 2-5 liter per dag, een alpaca 1-3 liter. Bij warmte, lactatie of droog voer kan dit oplopen. Belangrijk: cameliden zijn kieskeurig over hun water - het moet altijd schoon en vers zijn. Vuil of stilstaand water wordt vaak geweigerd.

Seizoenstip: mei en de weidegang

In mei komt het gras in Nederland goed op gang en is de verleiding groot om lama’s en alpaca’s volledige weidegang te geven. Dit moet echter geleidelijk gebeuren. Begin met slechts een paar uur per dag en bouw dit over twee tot drie weken op naar volledige weidegang. Zorg altijd voor vrije toegang tot hooi, ook in de wei. Het structuurrijke hooi voorkomt dat de dieren te veel eiwitrijk gras opnemen en helpt de penswerking stabiel te houden.

Let ook op het risico van leverbot bij natte weiden en controleer regelmatig op tekenen van diarree of verminderde eetlust, wat kan wijzen op een te snelle overgang naar vers gras.

Wil je weten hoeveel jouw lama of alpaca precies nodig heeft? Gebruik de VoerGids calculator voor een persoonlijk voeradvies op basis van gewicht, leeftijd en seizoen.