← Alle artikelen
schapen31 maart 2026door Nick Albers

Lammeren opfokken: voeding van geboorte tot spenen

Hoe voedt u lammeren op? Van biest tot vast voer, alles over de voeding van lammeren in de eerste maanden.

Lammeren opfokken: voeding van geboorte tot spenen

De eerste uren: biest is levensreddend

De voeding van een lam begint direct na de geboorte met biest (colostrum). Biest is de eerste melk die het moederdier produceert en bevat hoge concentraties antistoffen (immunoglobulinen) die het lam beschermen tegen infecties. Lammeren worden namelijk geboren zonder eigen afweerstoffen: de placenta van het schaap laat geen antistoffen door. Zonder biest is een lam praktisch weerloos tegen bacteriën en virussen.

De gouden regel voor biest is het "1-2-3-principe":

  • Binnen 1 uur na de geboorte de eerste biest geven
  • Minimaal 200 ml (50 ml per kg lichaamsgewicht) in de eerste gift
  • In de eerste 2 uur moet het lam actief drinken
  • Binnen 24 uur minimaal 3 tot 4 biestgiften van totaal 200 ml per kg lichaamsgewicht

Waarom is die eerste twee uur zo cruciaal? De darmwand van een pasgeboren lam is de eerste 6 tot 12 uur "open" voor de grote immunoglobuline-moleculen. Na 24 uur is de darm volledig gesloten en kunnen de antistoffen niet meer worden opgenomen. Te laat biest geven heeft dus permanent effect op de weerstand van het lam.

Controleer altijd of het lam daadwerkelijk drinkt bij de ooi. Een lam dat na 30 minuten niet probeert te staan of na een uur niet succesvol heeft gedronken, heeft hulp nodig. Help het lam bij de speen of melk de ooi met de hand en geef de biest via een flesje of maagsonde. Bewaar overtollige biest ingevroren (tot 1 jaar houdbaar bij -18 graden) voor noodgevallen.

De eerste weken: moedermelk als hoofdvoeding

Na de biestperiode is moedermelk de belangrijkste voedselbron. Een ooi met een eenling produceert gemiddeld 1,5 tot 2,5 liter melk per dag. Bij tweelingen kan dit oplopen tot 3 tot 4 liter, maar de hoeveelheid per lam is dan lager. De melkproductie piekt rond week 3 tot 4 en neemt daarna geleidelijk af.

In de eerste twee weken drinkt een lam 6 tot 8 keer per dag kleine hoeveelheden. Dit loopt terug tot 4 tot 5 keer per dag rond week 4. Controleer of de lammeren goed groeien door ze wekelijks te wegen. Een gezond lam groeit in de eerste weken 250 tot 350 gram per dag. Lammeren die duidelijk achterblijven, hebben mogelijk te weinig melk, een infectie, of een parasietenprobleem.

Zorg dat de ooi voldoende voer krijgt om haar melkproductie op peil te houden. Een zogende ooi met tweelingen heeft 50 tot 70% meer energie nodig dan een niet-zogende ooi. Verstrek goed kwaliteit hooi naar believen en 0,5 tot 1 kg lammerbrok of ooimoer per dag, afhankelijk van het aantal lammeren.

Fleslammetjes: wanneer en hoe

Niet elk lam kan bij de moeder drinken. Redenen voor flesopfok zijn onder andere: moederloze lammeren, drielingen of vierlingen, ooien met onvoldoende melk, of ooien die een lam afwijzen. Het opfokken van fleslammetjes is arbeidsintensief maar met de juiste aanpak goed te doen.

Kunstmelk kiezen en bereiden

Gebruik altijd kunstmelk die specifiek voor lammeren is samengesteld. Koemelk is niet geschikt als hoofdvoeding: het bevat te weinig vet en het verkeerde type eiwit. Goede lammeren-kunstmelk bevat minimaal 22 tot 25% vet en 22 tot 24% eiwit.

Bereidingsadvies:

  • Los het poeder op in water van 40 tot 42 graden Celsius (lichaamstemperatuur)
  • Dosering: meestal 200 gram poeder per liter water (volg de verpakking)
  • Klontvrij mengen, eventueel met een garde
  • Direct voeren of bewaren in de koelkast (maximaal 24 uur)
  • Verwarm opnieuw tot 38 tot 40 graden voor de volgende gift

Voerschema fleslammetjes

LeeftijdAantal giften per dagHoeveelheid per giftTotaal per dag
Dag 1-35-650-100 ml300-500 ml
Dag 4-74-5100-150 ml500-700 ml
Week 24150-200 ml600-800 ml
Week 3-43-4200-300 ml800-1000 ml
Week 5-82-3300-400 ml700-1000 ml
Week 9-121-2 (afbouwen)300-400 ml300-600 ml

Bij meerdere fleslammetjes is een lammerbar (automatisch drinkstation met spenen) een enorme arbeidsbesparing. De lammetjes drinken dan naar behoefte. Houd de lammerbar en de spenen hygiënisch schoon: spoel na elke voerbeurt met warm water en reinig dagelijks met speciaal reinigingsmiddel.

Bijvoeren: lammerbrok en hooi introduceren

Vanaf de eerste tot tweede levensweek kunt u beginnen met het aanbieden van lammerbrok (ook wel lammerstartkorrel genoemd) en fijn, zacht hooi. De lammeren zullen aanvankelijk alleen snuffelen en knabbelen, maar deze vroege kennismaking stimuleert de pensontwikkeling.

Waarom is vroeg bijvoeren belangrijk? Een pasgeboren lam functioneert als een eenmagig dier: de lebmaag verwerkt de melk en de pens is nog niet actief. Door vast voedsel op te nemen, worden de penspapillen gestimuleerd om te groeien. Dit proces duurt 4 tot 6 weken. Hoe eerder de pens zich ontwikkelt, hoe eerder het lam zelfstandig ruwvoer kan verteren en hoe soepeler het spenen verloopt.

Praktische tips voor bijvoeren:

  • Plaats lammerbrok in een kruipruimte (lammerren) waar alleen de lammeren bij kunnen, niet de ooien
  • Begin met een klein bakje vers krachtvoer dat u dagelijks ververst
  • Verstrek maximaal 200 tot 300 gram lammerbrok per lam per dag tot het spenen
  • Bied daarnaast fijn, bladrijk hooi aan in een lage ruif
  • Zorg altijd voor schoon, vers drinkwater naast de melk
  • Kies lammerbrok met minimaal 18% ruw eiwit en een coccidiostaticum als preventie

Spenen: wanneer en hoe

Het juiste moment om te spenen hangt af van het gewicht en de voeropname van het lam, niet alleen van de leeftijd. De vuistregels:

  • Leeftijd: minimaal 8 weken, bij voorkeur 10 tot 12 weken
  • Gewicht: minimaal 2,5 tot 3 keer het geboortegewicht (voor de meeste rassen 12 tot 18 kg)
  • Voeropname: het lam eet minimaal 200 gram krachtvoer per dag en kauwt actief op hooi

De beste methode is geleidelijk spenen over een periode van 1 tot 2 weken. Verminder eerst het aantal melkgiften (van 3 naar 2 naar 1) en stop dan volledig. Abrupt spenen veroorzaakt stress en kan leiden tot groeivertraging. Bij fleslammetjes is abrupt spenen soms onvermijdelijk, maar zorg er dan voor dat het lam ruim voldoende krachtvoer en hooi eet.

Na het spenen is het normaal dat lammeren 2 tot 5 dagen minder eten en onrustig zijn. Zorg voor een rustige omgeving, liefst met andere lammeren van dezelfde leeftijd. Verhoog de krachtvoergift geleidelijk tot 400 tot 500 gram per dag in de weken na het spenen.

Na het spenen: voeding voor groei

Gespeende lammeren groeien snel en hebben een hoge voedingsbehoefte. De doelgroei is 250 tot 300 gram per dag voor de meeste rassen. Om dit te bereiken is een rantsoen nodig met voldoende energie en eiwit.

Een geschikt rantsoen voor gespeende lammeren (12 tot 25 kg):

  • Ruwvoer: goed kwaliteit hooi of weidegras naar believen
  • Krachtvoer: 300 tot 500 gram per dag (18% ruw eiwit)
  • Mineralen: schapen-specifiek mineralenmengsel (zonder koper!)
  • Water: altijd beschikbaar, schoon en vers

Gezondheid: coccidiose en weidegang

Coccidiose is de meest voorkomende ziekte bij lammeren van 3 tot 8 weken oud. Het wordt veroorzaakt door eencellige parasieten (Eimeria) die de darmwand beschadigen. Symptomen zijn waterige, soms bloederige diarree, vermagering en uitdroging. Bij ernstige infectie kan coccidiose dodelijk zijn.

Preventie is beter dan behandeling:

  • Houd de stal droog en schoon
  • Vermijd overbezetting
  • Gebruik lammerbrok met een coccidiostaticum (decoquinaat)
  • Overweeg een preventieve behandeling met toltrazuril op 3 en 6 weken leeftijd (in overleg met de dierenarts)
  • Wissel weidegang af en vermijd percelen waar vorig jaar jonge lammeren hebben gelopen

Weidegang starten

Lammeren kunnen vanaf 2 tot 3 weken voor het eerst naar buiten, mits het weer het toelaat (droog, niet te koud). Begin met korte perioden en bouw geleidelijk op. Kies een schoon perceel waar minimaal 3 maanden geen schapen hebben gelopen om de parasietendruk laag te houden.

Veelgemaakte fouten bij lammerenopfok

  1. Te laat biest geven: na 6 uur is de opname al sterk verminderd
  2. Kunstmelk te koud voeren: veroorzaakt buikpijn en diarree
  3. Te snel spenen: het lam eet nog te weinig vast voer
  4. Geen kruipruimte voor bijvoer: de ooien eten het krachtvoer op
  5. Hygiëne verwaarlozen: vuile flessen en spenen zijn een bron van infecties
  6. Geen coccidiosepreventie: wacht niet tot de lammeren ziek worden
  7. Worminfecties onderschatten: laat op 6 tot 8 weken een mestmonster onderzoeken

Wilt u precies berekenen hoeveel voer uw ooien en lammeren nodig hebben, rekening houdend met dracht, lactatie en groei? De VoerGids voercalculator berekent de voedingsbehoefte op basis van de officiële CVB-normen, zodat u zeker weet dat uw dieren optimaal worden gevoerd.