← Alle artikelen
Algemeen30 mei 2026door Nick Albers

Mineralen voor dieren: wanneer is een liksteen genoeg?

Mineralenvoorziening voor dieren: wanneer volstaat een liksteen en wanneer zijn supplementen nodig? Tips voor paarden, runderen, schapen, geiten en meer.

Mineralen voor dieren: wanneer is een liksteen genoeg?

In bijna elke wei staat er een: een liksteen. Wit, rood, bruin of blauw, vastgemaakt aan een paal of in een houder. Veel dierenhouders beschouwen het als een soort verzekering: zolang de liksteen er staat, krijgen de dieren hun mineralen wel binnen. Maar klopt dat? In dit artikel bekijken we wanneer een liksteen voldoende is, wanneer niet, en wat de alternatieven zijn.

Wat zit er in een liksteen?

Niet alle likstenen zijn hetzelfde. Er zijn grofweg drie typen:

Zoutlikstenen. De eenvoudigste variant. Ze bestaan uit natriumchloride (keukenzout) met soms een beetje jodium. Ze leveren zout, maar geen andere mineralen of sporenelementen. Ze zijn wit of lichtroze (Himalayazout).

Mineralenlikstenen. Deze bevatten naast zout ook sporenelementen als selenium, koper, zink, mangaan en kobalt. Ze zijn meestal rood, bruin of donker van kleur. De samenstelling verschilt per fabrikant en per diersoort.

Mineralenblokken met vitamines. De meest complete variant. Naast mineralen bevatten ze vitamines (A, D, E) en soms ook magnesium of fosfor. Ze zijn duurder maar bieden een bredere dekking.

Hoe werkt een liksteen?

Het principe is eenvoudig: het dier likt aan de steen en neemt zo mineralen op. De hoeveelheid die het dier opneemt, hangt af van hoe vaak en hoe lang het likt. En daar zit het probleem.

Dieren likken niet op basis van hun mineralenbehoefte. Ze likken op basis van smaak, gewoonte en verveling. Sommige dieren likken veel te weinig en krijgen een tekort. Andere likken overmatig en krijgen te veel zout binnen (wat weer nierproblemen kan veroorzaken bij kleine dieren).

Onderzoek bij paarden laat zien dat de dagelijkse opname uit een liksteen enorm varieert: van 10 gram tot meer dan 200 gram per dag. Dat is een factor 20 verschil. Bij een dergelijke spreiding kun je niet garanderen dat elk individueel dier voldoende mineralen binnenkrijgt.

Wanneer is een liksteen voldoende?

Een liksteen kan voldoende zijn in de volgende situaties:

  • Als het basisrantsoen al compleet is. Als je dieren goed krachtvoer krijgen dat alle mineralen en sporenelementen bevat, is de liksteen een extra. Het basisrantsoen dekt de behoefte al. De liksteen dient dan vooral voor zout en als bezigheid.
  • Bij dieren die alleen onderhoud nodig hebben. Een droogstaand paard, een niet-drachtig schaap of een hobbyezel die op een goed mineraalhoudende grond grazen en geen krachtvoer krijgen, kunnen in sommige gevallen met een goede mineralenliksteen uit de voeten. Maar dit hangt sterk af van de grondsoort en de kwaliteit van het gras.
  • Als aanvulling op zout. Zout (natrium en chloor) is het enige mineraal waarvoor dieren een specifieke eetlust hebben. Een dier met een natriumtekort zoekt actief naar zout. Een zoutliksteen werkt daarom goed om de zoutbehoefte te dekken.

Wanneer is een liksteen niet voldoende?

In veel situaties biedt een liksteen onvoldoende zekerheid:

Bij drachtige en zogende dieren. Drachtige ooien, merries of koeien hebben een hogere mineralenbehoefte. Selenium, jodium en koper zijn nodig voor de ontwikkeling van het ongeboren dier. Een tekort kan leiden tot witte spierziekte (seleniumtekort), zwak geboren lammeren of veulens, of schildklierproblemen. De opname uit een liksteen is te onvoorspelbaar om deze verhoogde behoefte te dekken.

Bij dieren op seleniumarme grond. Grote delen van Nederland (vooral zandgronden) zijn arm aan selenium. Het gras dat op deze gronden groeit, bevat te weinig selenium. Een liksteen biedt onvoldoende zekerheid. Voor deze dieren is een gerichte seleniumsuppletie nodig, via het krachtvoer, een bolus of een injectie.

Bij melkgevende dieren. Melk bevat veel mineralen. Een koe die 25 liter melk per dag geeft, verliest dagelijks aanzienlijke hoeveelheden calcium, fosfor en magnesium. Een liksteen kan dit niet compenseren. Melkvee heeft mineralenmengsels nodig die door het krachtvoer worden gemengd of apart worden verstrekt.

Bij jongvee in de groei. Groeiende dieren hebben een hogere behoefte aan mineralen voor de botvorming. Een onbetrouwbare opname uit een liksteen kan leiden tot gebrekkige botgroei.

Bij specifieke tekorten. Als je via een bloedonderzoek of ruwvoeranalyse weet dat een bepaald mineraal tekortschiet (koper, selenium, zink), kun je dat niet oplossen met een liksteen. Je hebt een gerichte suppletie nodig met een bekende dosering.

Mineralen per diersoort

Paarden. Paarden hebben behoefte aan natrium, calcium, fosfor, magnesium en sporenelementen. Een mineralenliksteen dekt het zout en een deel van de sporenelementen. Bij paarden die alleen ruwvoer krijgen (geen krachtvoer), is een liksteen vaak onvoldoende voor de volledige mineralenbehoefte. Geef in dat geval een paardenspecifiek mineraalmengsels los of door het ruwvoer.

Runderen. Melkkoeien hebben een zeer hoge mineralenbehoefte. Een liksteen volstaat niet. Gebruik mineralenmengsels via het krachtvoer of TMR (totaal gemengd rantsoen). Voor zoogkoeien en jongvee op de wei kan een mineralenliksteen in combinatie met een goede weide voldoende zijn, mits de grond niet arm is aan sporenelementen.

Schapen. Let op: schapen zijn zeer gevoelig voor kopervergiftiging. Gebruik alleen likstenen die specifiek voor schapen zijn gemaakt (laag of geen koper). Rundveenlikstenen of paardenlikstenen bevatten te veel koper voor schapen. Bij drachtige ooien is gerichte seleniumsuppletie via een bolus of injectie betrouwbaarder dan een liksteen.

Geiten. Geiten hebben wel koper nodig (in tegenstelling tot schapen), maar niet te veel. Gebruik geitenspecifieke likstenen of paardenlikstenen als alternatief. Combineer geiten en schapen nooit op dezelfde liksteen.

Konijnen en cavia's. Deze kleine dieren likken weinig aan een liksteen. De opname is te laag om betrouwbaar te zijn. Ze krijgen hun mineralen beter via een compleet pelletsvoer en verse groenten. Een zoutliksteen in het hok is niet nodig als het pelletvoer voldoende natrium bevat.

Kippen. Kippen pikken soms aan een liksteen, maar ze nemen er niet genoeg van op. Oesterschelp voor calcium en een compleet legmeel zijn betere bronnen. Een mineralenblok voor pluimvee kan als aanvulling dienen.

Alternatieven voor de liksteen

Mineralenmengsels door het voer. De meest betrouwbare methode. Je mengt een afgemeten hoeveelheid mineralenmengsel door het krachtvoer of ruwvoer. Elk dier krijgt een bekende dosis. Verkrijgbaar per diersoort.

Bolussen. Een bolus is een groot, langwerkend tablet dat in de pens wordt geplaatst (bij herkauwers) of in de maag (bij paarden, via een drencher). Het geeft gedurende weken of maanden geleidelijk mineralen af. Dit is de meest betrouwbare methode voor weidedieren die geen krachtvoer krijgen. Veel gebruikt voor selenium en kobalt bij schapen.

Injecties. Sommige mineralen (selenium, koper, ijzer) kunnen via een injectie worden toegediend door de dierenarts. Dit is een eenmalige, exacte dosering. Veel gebruikt bij jonge lammeren (selenium + vitamine E) en bij biggen (ijzer).

Los mineraalpoeder. Je kunt los mineraalpoeder in een bak aanbieden. Sommige dieren eten dit graag, andere niet. Het is betrouwbaarder dan een liksteen maar minder betrouwbaar dan doormengen.

Ruwvoeranalyse: de basis

De beste manier om te weten of je dieren voldoende mineralen binnenkrijgen, is een ruwvoeranalyse. Laat je hooi, kuil of weidegras analyseren op mineralen en sporenelementen. De analyse kost 30 tot 80 euro en geeft inzicht in wat er ontbreekt. Op basis daarvan kun je gericht suppleren in plaats van een liksteen neer te zetten en te hopen dat het goed komt.

Een ruwvoeranalyse is vooral waardevol als je dieren alleen ruwvoer krijgen zonder krachtvoer. Bij dieren die volledig voer (brok, pellets) krijgen, is de mineraalvoorziening al door de fabrikant berekend.

Veelgemaakte fouten

  • Een liksteen voor een andere diersoort gebruiken. Een rundveeliksteen bij schapen kan kopervergiftiging veroorzaken. Een paardenliksteen bij geiten is meestal acceptabel, maar controleer het etiket. Gebruik altijd een liksteen die geschikt is voor de betreffende diersoort.
  • De liksteen als enige mineralenbron beschouwen. Bij dieren met een hoge behoefte (drachtig, zogende, groeiend, producerend) is een liksteen bijna nooit voldoende als enige bron.
  • Een versleten liksteen niet vervangen. Als de liksteen bijna op is of verweekt door regen, vervang hem dan. Een liksteen die in de modder ligt, wordt niet meer gebruikt.
  • Himalayazoutliksteen als mineralenliksteen beschouwen. Himalayazout bevat 98 procent natriumchloride en spoortjes van andere mineralen. De hoeveelheden sporenelementen zijn verwaarloosbaar. Het is een zoutliksteen, geen mineralenliksteen.

Samenvatting

Een liksteen is een handige aanvulling, maar geen garantie voor een complete mineralenvoorziening. Voor zout werkt het goed: dieren zoeken actief naar zout als ze het nodig hebben. Voor andere mineralen is de opname te onvoorspelbaar. Bij drachtige, zogende of groeiende dieren, bij dieren op arme grond en bij bekende tekorten is gerichte suppletie nodig. Laat je ruwvoer analyseren, kies de juiste liksteen voor je diersoort en overweeg alternatieven als mineralenmengsels, bolussen of injecties voor een betrouwbare dekking.

Wil je weten hoeveel jouw dieren precies nodig hebben? Gebruik de VoerGids calculator voor een persoonlijk voeradvies op basis van gewicht, leeftijd en seizoen.