Paard te dik: wat nu? Afvallen bij paarden
Is uw paard te dik? Leer hoe u het gewicht beoordeelt, hoeveel voer u moet minderen en welke fouten u moet vermijden bij het afvallen van paarden.

Overgewicht bij paarden: een groeiend probleem
Overgewicht is een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij paarden in Nederland. Onderzoek wijst uit dat 30 tot 50% van de recreatiepaarden te zwaar is. Dit is geen cosmetisch probleem: overgewicht bij paarden leidt tot ernstige en soms levensbedreigende aandoeningen. Toch wordt het vaak gebagatelliseerd met opmerkingen als "hij is gewoon goed in zijn vel" of "ze heeft altijd al een brede borst gehad".
De oorzaak is meestal een combinatie van te veel voer en te weinig beweging. Paarden zijn van nature gebouwd om 16 tot 18 uur per dag te grazen op schraal steppegras, terwijl ze in de moderne houderij vaak op vettig Nederlands weidegras staan met daarbovenop krachtvoer en snoepjes. Het metabolisme van het paard is extreem efficiënt in het opslaan van energie als vet, een eigenschap die in de natuur nuttig is maar in de domesticatie tot problemen leidt.
Hoe herkent u overgewicht? De Body Condition Score
De Body Condition Score (BCS) is het standaard beoordelingssysteem voor de lichaamsconditie van paarden. De meest gebruikte schaal loopt van 1 (uitgemergeld) tot 9 (extreem obees), ontwikkeld door Henneke. De ideale score voor de meeste paarden ligt tussen 4,5 en 6.
U beoordeelt de BCS door zes lichaamsgebieden te bekijken en te betasten:
- Hals: is er een vetrand (cresty neck)? Kan de halskam makkelijk worden gebogen?
- Schoft: steekt de schoft uit boven de halsspieren of is deze bedolven onder vet?
- Ribben: kunt u de ribben voelen met lichte druk? Of moet u stevig duwen?
- Rug en lendenen: is er een duidelijke ruggengraat zichtbaar of een vetlaag?
- Staartaanzet: voelt u de beenderen van de staartaanzet of is het rond en zacht?
- Achterhand: zijn de heupbeenderen zichtbaar of verdwijnen ze onder vet?
| BCS score | Beoordeling | Kenmerk |
|---|---|---|
| 1-3 | Te mager | Ribben en heupbeenderen duidelijk zichtbaar |
| 4-5 | Ideaal | Ribben voelbaar met lichte druk, niet zichtbaar |
| 6 | Iets te zwaar | Ribben lastig te voelen, vetaanzet op hals en schouders |
| 7-9 | Overgewicht tot obees | Ribben niet voelbaar, duidelijke vetranden, "appelkont" |
Naast de BCS is een meetlint nuttig. Meet de omtrek van de buik ter hoogte van de navel en de omtrek van de hals halverwege. Noteer deze maten maandelijks om de voortgang bij te houden.
De risico's: waarom afvallen noodzakelijk is
Overgewicht bij paarden is niet alleen oncomfortabel, het is medisch gevaarlijk. De belangrijkste risico's zijn:
Hoefbevangenheid (laminitis)
Dit is het meest gevreesde gevolg van overgewicht. Bij hoefbevangenheid raken de lamellen in de hoef ontstoken, waardoor de verbinding tussen hoefbeen en hoefwand losraakt. In ernstige gevallen kan het hoefbeen roteren of zakken, wat permanente kreupelheid of euthanasie tot gevolg kan hebben. Overgewicht verhoogt het risico op hoefbevangenheid met een factor 3 tot 5.
Equine Metabolic Syndrome (EMS)
EMS is vergelijkbaar met diabetes type 2 bij mensen. Het paard ontwikkelt insulineresistentie, waardoor de bloedsuikerspiegel slecht wordt gereguleerd. Dit leidt op zijn beurt tot een sterk verhoogd risico op hoefbevangenheid. Typische kenmerken van EMS zijn vetophopingen op de hals (cresty neck), rond de staartaanzet en achter de schouders. EMS is niet te genezen, maar wel te beheersen door gewichtsreductie en dieetaanpassingen.
Overige risico's
- Gewrichtsbelasting: elk extra kilo vet belast de gewrichten, pezen en banden. Artrose ontwikkelt zich sneller bij overgewicht
- Verminderde conditie: het paard is sneller moe en herstelt langzamer na inspanning
- Hartbelasting: het hart moet harder werken om het grotere lichaam van bloed te voorzien
- Vruchtbaarheidsproblemen: te dikke merries hebben vaker moeite met drachtig worden
- Hittestress: vetweefsel isoleert, waardoor het paard sneller oververhit raakt
Het dieetplan: ruwvoer als basis
Het belangrijkste principe bij het afvallen van paarden is: nooit minder dan 1,5% van het lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag. Voor een paard van 500 kg is dat minimaal 7,5 kg hooi (droge stof) per dag. Minder voeren is gevaarlijk en kan leiden tot maagzweren, stereotiep gedrag (kribbebijten, luchtzuigen) en zelfs hyperlipemie (levensbedreigend, vooral bij pony's).
Een verantwoord dieetplan voor een paard van 500 kg met BCS 7:
- Ruwvoer: 7,5 tot 8 kg hooi per dag (1,5-1,6% van het streefgewicht, niet het huidige gewicht)
- Type hooi: laat grof, stengelrijk hooi met een laag suikergehalte. Laat eventueel een hooianalyse doen
- Krachtvoer: volledig stoppen of beperken tot een handvol balancer (vitaminen en mineralen)
- Snoepjes: geen suikerklontjes, brood, appels of wortels als beloning
- Mineralen en vitaminen: een gebalanceerd mineralensupplement is essentieel, omdat het beperkte rantsoen mogelijk niet alle micronutriënten dekt
Slowfeeders: de sleutel tot succes
Een slowfeeder (hooinet of hooibal met kleine gaten) is een onmisbaar hulpmiddel bij het op dieet zetten van paarden. Het verlengt de eettijd van 3 tot 4 uur naar 8 tot 12 uur, wat meerdere voordelen heeft:
- Het voorkomt lange perioden zonder voer, wat het risico op maagzweren vermindert
- Het houdt het paard bezig en vermindert verveling en stereotiep gedrag
- Het bootst het natuurlijke eetpatroon beter na
- Het vermindert hooiverspilling met 20 tot 30%
Kies een hooinet met gaten van 3 tot 4 centimeter. Kleinere gaten zijn frustrerend, grotere verliezen hun remmende werking.
Weidegang beperken: praktische methoden
Weidegras kan bijzonder rijk zijn aan suikers en fructanen, vooral in het voorjaar en najaar. Op zonnige dagen na koude nachten zijn de suikergehaltes het hoogst. Voor een paard op dieet is onbeperkte weidegang daarom niet mogelijk.
Methoden om de grasopname te beperken:
- Strip grazing: zet met een elektrisch lint een smal strookje weide af. Verplaats het lint dagelijks zodat het paard steeds een beperkte hoeveelheid vers gras heeft
- Graasmasker (muzzle): een masker over de neus dat de grasopname met 50 tot 80% vermindert. Laat het paard wennen door het masker eerst kort te dragen. Controleer dagelijks op schaafplekken
- Beperkte weidegang: laat het paard 2 tot 4 uur per dag op de weide in plaats van de hele dag. Vermijd de vroege ochtend en late middag wanneer suikergehaltes het hoogst zijn
- Track- of paddockparadijs: een padenparadijs is een smal spoor rond het perceel waar het paard veel moet lopen voor water, hooi en beschutting. Dit stimuleert beweging en beperkt grazen
Beweging en gewicht monitoren
Dieet alleen is vaak niet voldoende. Meer bewing versnelt het afvalproces en verbetert de insulinegevoeligheid. Begin rustig, zeker bij paarden die lang niet gewerkt hebben of die al gewrichtsproblemen hebben.
Een geschikt bewegingsschema:
- Week 1-2: dagelijks 20 minuten stap
- Week 3-4: 30 minuten stap, af en toe korte stukjes draf
- Week 5-8: 30 tot 45 minuten met afwisselend stap en draf
- Vanaf week 9: geleidelijk opbouwen naar normaal trainingswerk
Monitor het gewicht van uw paard nauwkeurig. Een weegbrug is het meest betrouwbaar, maar een meetlint om de buik is een goed alternatief. Meet elke twee weken op hetzelfde tijdstip. Een gezond afvaltempo is 0,5 tot 1% van het lichaamsgewicht per week, oftewel 2,5 tot 5 kg per week voor een paard van 500 kg. Sneller afvallen is ongewenst en kan leiden tot hyperlipemie, vooral bij pony's en ezels.
Schakel de dierenarts in als uw paard een BCS van 8 of hoger heeft, als er tekenen zijn van hoefbevangenheid, als het paard niet afvalt ondanks dieet en beweging, of als u vermoedt dat er sprake is van EMS of Cushing (PPID).
Wilt u exact berekenen hoeveel ruwvoer en energie uw paard nodig heeft bij het afvallen? Gebruik de VoerGids voercalculator om op basis van gewicht, ras en activiteitsniveau een verantwoord dieetplan op te stellen volgens officiële CVB-normen.