Pony voeding: het verschil met een groot paard
Pony's hebben andere voedingsbehoeften dan grote paarden. Ontdek de verschillen en voorkom overgewicht bij uw pony.

Waarom een pony anders eten moet dan een groot paard
Ponys zijn geen kleine paardjes. Ze zijn in de loop van duizenden jaren geëvolueerd in barre omstandigheden: ruig, schraal grasland, koude winters en beperkt voedselaanbod. Dit heeft geresulteerd in een uitzonderlijk efficiënt metabolisme. Een pony haalt meer energie uit dezelfde hoeveelheid voer dan een warmbloed of volbloed. Waar een groot paard soms moeite heeft om op gewicht te blijven, heeft de gemiddelde pony juist het tegenovergestelde probleem: hij wordt te dik.
Dit verschil in metabolisme heeft enorme gevolgen voor de voeding. De grootste fout die pony-eigenaren maken, is het voeren van hun pony alsof het een klein paard is. Een Shetlander die dezelfde hoeveelheid krachtvoer krijgt als een KWPN (naar verhouding per kilo lichaamsgewicht), loopt een ernstig risico op overgewicht, hoefbevangenheid en metabole aandoeningen.
Ruwvoer: hooi en gras als basis
Net als bij grote paarden is ruwvoer de absolute basis van het pony-dieet. De vuistregel is 1,5 tot 2% van het lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer per dag. Het verschil met grote paarden zit in de bovengrens: terwijl een groot paard dat hard werkt gerust 2,5% kan krijgen, moet u bij ponys voorzichtiger zijn.
| Pony-type | Gewicht | Hooi per dag (1,5%) | Hooi per dag (2%) |
|---|---|---|---|
| Shetlander | 150 - 200 kg | 2,3 - 3 kg | 3 - 4 kg |
| Welsh Section A | 200 - 250 kg | 3 - 3,8 kg | 4 - 5 kg |
| Welsh Section D | 350 - 400 kg | 5,3 - 6 kg | 7 - 8 kg |
| New Forest | 300 - 380 kg | 4,5 - 5,7 kg | 6 - 7,6 kg |
| Haflinger | 400 - 500 kg | 6 - 7,5 kg | 8 - 10 kg |
| Connemara | 350 - 430 kg | 5,3 - 6,5 kg | 7 - 8,6 kg |
Kies voor laat gemaaid grashooi met een lagere voedingswaarde (600 tot 700 VEM per kg droge stof). Eiwitrijk hooi of luzerne is voor de meeste ponys te voedzaam. Wilt u het hooi nog schraler maken? Dan kunt u het 60 minuten weken in koud water. Dit spoelt een deel van de suikers uit en verlaagt de energiewaarde met circa 10 tot 20%.
Gebruik een hooinet met kleine mazen (3 tot 4 cm) om de eetsnelheid te vertragen. Ponys zijn snelle eters die zonder hooinet hun dagrantsoen in een paar uur wegwerken, waarna ze uren zonder ruwvoer zitten. Dit verhoogt het risico op maagzweren en stereotiep gedrag.
Krachtvoer: minder is meer
De meeste ponys hebben helemaal geen krachtvoer nodig. Een pony in licht werk (recreatief rijden, een paar keer per week) redt het prima op alleen hooi, eventueel aangevuld met een mineralenbalancer. Dit is een fundamenteel verschil met sportpaarden, die hun energiebehoefte niet altijd uit ruwvoer alleen kunnen dekken.
Wanneer is krachtvoer wel gerechtvaardigd?
- Ponys in zwaar werk: meerdaagse wedstrijden, intensieve trainingsschemas
- Drachtige merries: in de laatste drie maanden van de dracht stijgt de energiebehoefte met 15 tot 30%
- Zogende merries: de energiebehoefte verdubbelt bijna in de eerste maanden van de lactatie
- Opgroeiende veulens: hebben extra eiwit en mineralen nodig voor de groei
- Oudere ponys: die moeite hebben om op gewicht te blijven door gebitsproblemen of een minder efficiënte spijsvertering
Als u wel krachtvoer geeft, kies dan voor een vetarm, vezelrijk product met een lage zetmeelinhoud. Geef maximaal 0,5% van het lichaamsgewicht per dag aan krachtvoer, verdeeld over twee porties. Voor een Shetlander van 200 kg is dat maximaal 1 kg krachtvoer per dag, maar in de praktijk is de helft daarvan al ruim voldoende.
Hoefbevangenheid: het grootste risico
Hoefbevangenheid (laminitis) is de schrik van elke pony-eigenaar, en terecht. Ponys, vooral inheemse rassen zoals Shetlanders, Welsh ponys en Fjorden, zijn veel gevoeliger voor hoefbevangenheid dan grote warmbloedpaarden. De oorzaak ligt in hun efficiënte metabolisme en de neiging tot insulineresistentie.
Hoe werkt het? Een overmaat aan suikers en zetmeel in het voer leidt tot een piek in de insulineproductie. Bij ponys die al insulineresistent zijn (vaak door overgewicht), blijft het insulinegehalte chronisch hoog. Dit verstoort de bloedtoevoer naar de hoeven, waardoor het hoefbeen los kan raken van de hoefwand. De gevolgen zijn ernstig: extreme pijn, kreupelheid, en in het ergste geval de noodzaak tot euthanasie.
Risicofactoren voor hoefbevangenheid bij ponys:
- Overgewicht: de belangrijkste risicofactor
- Onbeperkt weidegras: vooral in het voorjaar als het gras snel groeit en veel fructan (suiker) bevat
- Te veel krachtvoer: zetmeelrijk voer veroorzaakt suikerpieken
- Gebrek aan beweging: verergert insulineresistentie
- Genetische aanleg: bepaalde rassen zijn veel gevoeliger
Rasspecifieke aandachtspunten
Shetlander en Minipaardjes
De Shetlander is berucht om zijn neiging tot overgewicht. Deze ponys komen van de Shetlandeilanden waar ze overleven op schrale begroeiing en zeewier. Hun metabolisme is zo efficiënt dat ze in een Nederlandse wei met welig gras razendsnel aankomen. Een Shetlander heeft vaak niet meer dan 2 tot 3 kg hooi per dag nodig en geen enkel grammetje krachtvoer. Weidegang moet streng beperkt worden, vooral in het voorjaar en de herfst.
Welsh ponys
Welsh ponys (alle secties) stammen af van de heuvels van Wales en delen de efficiënte stofwisseling van de Shetlander, hoewel ze over het algemeen iets sportiever zijn. Welsh Section D ponys die regelmatig gereden worden, kunnen iets ruimhartiger gevoerd worden, maar blijf altijd alert op gewichtstoename.
Grotere ponys (Haflinger, Fjord, Connemara, New Forest)
Deze ponyrassen zijn groter en zwaarder en worden vaak bereden als "klein paard." Toch geldt ook hier: ze zijn efficiëntere voedselverwerkingsmachines dan warmbloeden. De Haflinger en de Fjord staan bekend om hun neiging tot overgewicht. De Connemara en New Forest zijn iets atletischer gebouwd, maar ook zij hebben minder voer nodig dan een warmbloed van hetzelfde gewicht.
Weidegang beperken en seizoensverschillen
Weidegras is voor veel ponys de grootste bron van overtollige energie. Het suikergehalte van gras fluctueert sterk per seizoen en zelfs per moment van de dag:
- Voorjaar (april-juni): het gevaarlijkste seizoen. Het gras groeit explosief en bevat veel fructan (suiker). Beperk de weidegang tot 2 tot 4 uur per dag, bij voorkeur vroeg in de ochtend als het suikergehalte het laagst is.
- Zomer: bij warm, droog weer groeit het gras langzamer en stijgt het suikergehalte. Wees extra voorzichtig op zonnige dagen na een regenbui.
- Herfst: bij nachtvorst gevolgd door zonlicht stijgt het fructangehalte enorm. Dit is het tweede risicovolle seizoen voor hoefbevangenheid.
- Winter: het gras groeit nauwelijks en de voedingswaarde is laag. Ponys kunnen vaak langer in de wei staan, maar vul aan met hooi als het grasaanbod onvoldoende is.
Praktische maatregelen om de grasopname te beperken:
- Gebruik een graasmasker (muzzle): vermindert de grasopname met 50 tot 80%
- Maak een droog lot of paddock: een kaal stuk grond met hooivoer
- Overweeg een track-systeem: een smal pad rond het weiland dat beweging stimuleert
- Laat ponys niet op pas gemaaid of kortgevreten gras staan: kort gras bevat juist meer suiker per kilogram dan lang gras
Mineralen en vitaminen
Omdat de meeste ponys weinig tot geen krachtvoer krijgen, is de kans op mineralen- en vitaminetekorten reëel. Een mineralenbalancer is daarom voor bijna elke pony aan te raden. Let op de volgende mineralen:
- Koper en zink: Nederlandse bodems zijn relatief arm aan koper. Aanvullen via een balancer is voor de meeste ponys noodzakelijk.
- Selenium: de Nederlandse bodem is seleniumarm. Een tekort leidt tot spierproblemen.
- Vitamine E: ponys die geen vers gras krijgen (droog lot, winter), moeten vitamine E gesuppleerd krijgen.
- Zout: een pony heeft dagelijks 10 tot 20 gram zout (NaCl) nodig. Voorzie een liksteen of voeg los zout toe aan het voer.
Wilt u precies berekenen hoeveel ruwvoer en eventueel krachtvoer uw pony nodig heeft? De VoerGids voerberekening berekent de behoefte op basis van de CVB-normen, rekening houdend met het gewicht, ras en activiteitsniveau van uw pony.