← Alle artikelen
runderen6 mei 2026door Nick Albers

Mineralen voor rundvee bij weidegang: waar moet je op letten?

Mineralen voor koeien bij weidegang: magnesium, calcium, selenium en koper. Voorkom kopziekte in het weideseizoen.

Mineralen voor rundvee bij weidegang: waar moet je op letten?

Waarom veranderen mineralenbehoeften bij weidegang?

In de stal krijgt rundvee een zorgvuldig samengesteld rantsoen met bekende en constante mineralengehaltes. De veehouder weet precies wat er in het mengvoer, de mineraallikstenen en de premixen zit. Bij weidegang verandert dit fundamenteel:

  • De mineralensamenstelling van weidegras varieert enorm per seizoen, bodemtype, bemestingshistorie en groeistadium van het gras
  • Jong voorjaarsgras bevat relatief veel kalium en stikstof maar weinig magnesium en natrium - een combinatie die direct kan leiden tot kopziekte
  • De individuele opname is niet te sturen - sommige koeien grazen selectiever dan andere, waardoor er grote verschillen ontstaan binnen dezelfde koppel
  • Meer beweging en beweiding verhogen het energieverbruik en de behoefte aan bepaalde mineralen, met name natrium (verlies via zweet), magnesium en koper
  • De overgang van stal naar weide is op zichzelf al een stressmoment voor het dier, wat de mineraalopname en -benutting tijdelijk kan verstoren

Dit maakt het weideseizoen tot de meest riskante periode voor mineralentekorten bij rundvee, met de eerste twee tot vier weken als absoluut kritiek moment.

De vijf kritische mineralen

1. Magnesium - kopziekte voorkomen

Kopziekte (hypomagnesemie of grastetanie) is de meest acute en meest gevreesde mineraalopname-stoornis bij weidend rundvee. Het treedt op wanneer het magnesiumgehalte in het bloed te ver daalt, meestal als gevolg van onvoldoende magnesiumopname uit jong, snel groeiend voorjaarsgras.

Het mechanisme is als volgt: jong gras bevat hoge concentraties kalium. Kalium blokkeert de opname van magnesium in de pens. Het lichaam van een koe heeft slechts een kleine magnesiumreserve (in tegenstelling tot calcium, dat in de botten is opgeslagen), waardoor een tekort zich zeer snel kan ontwikkelen - soms binnen enkele uren.

Symptomen van kopziekte ontwikkelen zich razendsnel: spiertrillingen, nervositeit, wankel lopen, overgevoeligheid voor geluid en aanraking, en in het ergste geval plotseling neervallen met krampen. Zonder onmiddellijke behandeling (intraveneuze magnesiuminfusie) is kopziekte vaak fataal. De sterfte kan oplopen tot 20% van de getroffen dieren als niet snel wordt ingegrepen.

Preventie is essentieel:

  • Begin minimaal 2 weken vóór de eerste weidegang met magnesiumsuppletie
  • Dagelijks 60-80 gram magnesiumoxide (MgO) per koe bijvoeren, bijvoorbeeld door het mengvoer of via magnesiumbolussen in de pens die langzaam magnesium afgeven gedurende 6-8 weken
  • Magnesiumrijke likstenen in de wei plaatsen - maar reken hier niet uitsluitend op, want de opname via likstenen is onvoorspelbaar en sommige koeien maken er nauwelijks gebruik van
  • Overweeg het beperkt weiden in de eerste week - begin met enkele uren per dag en bouw op

2. Calcium - melkziekte bij transitie

Calcium is opgeslagen in het skelet en het lichaam kan calcium mobiliseren wanneer de opname uit voer tekortschiet. Toch kan bij de overgang van stal naar weide de calciumhuishouding verstoord raken, vooral bij hoogproductieve melkkoeien in de eerste weken na het afkalven. Weidegras bevat doorgaans minder calcium dan het stalrantsoen met mais, soja en mineralen.

Klinische melkziekte (hypocalcemie) kenmerkt zich door spierzwakte, wankelen, en in ernstige gevallen het niet meer kunnen opstaan (“downer cow”). Subklinische hypocalcemie - zonder zichtbare symptomen maar met een te laag calciumgehalte - komt veel vaker voor en leidt tot verminderde voeropname, lagere melkproductie en een verhoogd risico op baarmoederontsteking en lebmaagverplaatsing.

3. Natrium - het vergeten mineraal

Weidegras bevat van nature zeer weinig natrium. Een melkkoe die 25 liter melk per dag produceert, verliest via de melk alleen al circa 10 gram natrium per dag. Daarbovenop komt het verlies via het zweet bij warm weer en het extra energieverbruik van het lopen in de wei.

Een natriumtekort uit zich in verminderde eetlust, het likken aan metalen hekken en muren, pica (het eten van aarde en stenen), en een daling van de melkproductie. De oplossing is simpel maar wordt vaak vergeten: zorg dat er altijd een zoutliksteen beschikbaar is in de wei, bij voorkeur beschermd tegen regen.

4. Selenium - arm in Nederlandse bodems

De bodems in Nederland en België zijn van nature arm aan selenium. Gras en hooi bevatten doorgaans slechts 0,02-0,05 mg selenium per kg droge stof, terwijl rundvee 0,1-0,3 mg/kg DS nodig heeft. Dit betekent dat zonder suppletie vrijwel alle Nederlandse runderen een seleniumtekort hebben.

De gevolgen van seleniumtekort zijn divers maar ernstig: witte spierziekte bij kalveren (nutritionele myopathie), verminderde vruchtbaarheid, vastgehouden nageboorte, mastitis, en een algeheel verzwakt immuunsysteem. Supplementatie kan via het mineralenmengsel in het krachtvoer, via een seleniumbolus (een langzaam-afgevende pil in de pens), of via een injectie door de dierenarts.

5. Koper - complexe interacties

De koperbehoefte van melkvee is circa 10-15 mg per kg droge stof. Koper is belangrijk voor de immuniteit, vruchtbaarheid, vachtkleur en de conditie van het dier. Een kopertekort uit zich in een doffe, rossige vacht (ook bij zwart-bonte koeien), verminderde weerstand en vruchtbaarheidsproblemen.

Het bijzondere aan koper is dat de opname sterk beïnvloed wordt door andere mineralen. Hoge gehaltes aan molybdeen en zwavel in het gras (vooral op kleigronden en veengronden) vormen in de pens onoplosbare koper-molybdeen-zwavel complexen, waardoor het koper niet meer opgenomen kan worden. Op deze gronden kan het feitelijke kopertekort veel groter zijn dan op basis van het kopergehalte in het gras zou worden verwacht. Laat daarom regelmatig bloedwaarden controleren en overweeg een koperbolus bij dieren op risicogronden.

Praktische aanpak voor het weideseizoen

Een succesvol mineralenbeleid bij weidegang combineert meerdere aanpakken:

  • Minerale liksteen: plaats een liksteen met natrium, magnesium en sporenelementen in de wei. Controleer regelmatig of de liksteen nog aanwezig is en verbruikt wordt. Plaats meerdere likstenen bij grote koppels
  • Bolus: voor dieren die onvoldoende van de liksteen gebruikmaken, biedt een bolus in de pens een gecontroleerde, langzame afgifte van mineralen. Er bestaan bolussen voor magnesium, selenium, koper en combinaties
  • Bijvoeren via krachtvoer: het eenvoudigst is het toevoegen van een mineralenpremix aan het krachtvoer dat via de krachtvoerautomaat of melkrobot wordt verstrekt. Zo krijgt elke koe een bekende dosis
  • Drinkwateradditieven: magnesium en andere mineralen kunnen via het drinkwater worden toegediend. Dit werkt goed bij gemeenschappelijke drinkbakken maar is minder nauwkeurig te doseren
  • Grasanalyse: laat minimaal één keer per weideseizoen een grasmonster analyseren op mineraalgehaltes, met name magnesium, kalium, natrium, koper, molybdeen en selenium. Dit geeft een objectief beeld van de situatie op jouw percelen

Seizoenstip: mei - het gevaarlijkste moment

De eerste weken van weidegang in mei zijn het absoluut hoogste risicomoment voor kopziekte en andere mineraalproblemen. Het jonge gras groeit explosief, bevat hoge gehaltes aan kalium en eiwit, maar relatief weinig magnesium, structuur en droge stof. De combinatie van dit mineraal-ongebalanceerde gras met de stress van de weide-omschakeling maakt mei de gevaarlijkste maand voor weidend rundvee.

Bouw de weidegang daarom altijd geleidelijk op: begin met een paar uur per dag en verleng dit over een periode van 10-14 dagen tot volledige weidegang. Blijf in de overgangsperiode hooi of stro bijvoeren voor extra structuur. En start ruim van tevoren - minimaal twee weken - met de magnesiumsuppletie.

Bereken het complete voeradvies voor jouw rundvee met de VoerGids calculator, inclusief mineraaladvies per seizoen.