Tweelinglammerziekte bij schapen voorkomen
Tweelinglammerziekte (drachtsvergiftiging) is een sluipmoordenaar bij ooien met meerlingen. Met juiste voeding voorkom je het.

Tweelinglammerziekte bij schapen voorkomen
Tweelinglammerziekte (zwangerschaps-ketose) is een ernstige stofwisselingsziekte bij drachtige ooien met twee of meer lammeren. In de laatste 6 weken van de dracht groeien de lammeren razendsnel, terwijl de baarmoeder de pensruimte verkleint. Resultaat: minder eetlust precies wanneer de behoefte stijgt.
Hoe herken je het?
- Suf, traag, weinig interesse in voer
- Tandenknarsen, blinde ooi
- Verminderd reactievermogen
- In late stadium: verlamming, coma
Onbehandeld is de ziekte vaak dodelijk, ook voor de lammeren.
Voeding in de laatste 6 weken
Een ooi met meerlingen heeft in de late dracht ongeveer 50% meer energie nodig dan in onderhoud. CVB rekent met:
VEM = 13,1 x LG + 340 (stal)
VEM = 15,0 x LG + 340 (weide)
Voor een 70 kg ooi met tweeling op stal: ruim 1.250 VEM per dag.
Praktisch advies
- Splits drachtige ooien met meerlingen vroeg in een aparte groep
- Geef goed hooi ad lib (onbeperkt) — 70% van de energie moet uit ruwvoer komen
- Bouw krachtvoer langzaam op: start 6 weken voor werpen met 100-200 g/dag, klim naar 500-700 g
- Kies de juiste brok: lammerenbrok of schapenbrok met 16-18% ruw eiwit
- Voorkom stress: niet onnodig verplaatsen of vasten
Nooit vasten
Een drachtige ooi mag nooit langer dan 12 uur zonder voer. Bij vasten wordt vet gemobiliseerd dat de lever niet kan verwerken: ketose.