← Alle artikelen
schapen19 mei 2026door Nick Albers

Scheren en voeding: wat verandert er na het scheren?

Schapen scheren heeft gevolgen voor de voedingsbehoefte. Ontdek hoeveel extra energie schapen nodig hebben na het scheren en hoe je het rantsoen aanpast.

Scheren en voeding: wat verandert er na het scheren?

Elk voorjaar worden in Nederland honderdduizenden schapen geschoren. Voor veel hobbyhouders is het een vast ritueel: de scheerder komt langs, de wol gaat eraf en de schapen zien er weer fris uit. Maar scheren is meer dan een cosmetische ingreep. Het heeft directe gevolgen voor de energiebehoefte, het gedrag en de gezondheid van je schapen. In dit artikel lees je wat er verandert na het scheren en hoe je de voeding daarop aanpast.

Waarom scheren we schapen?

De meeste schapenrassen in Nederland produceren het hele jaar door wol. Als je die wol niet verwijdert, ontstaan er problemen. De wol wordt te zwaar, gaat vilten en houdt vocht vast. Dat trekt vliegen aan die eitjes leggen in de vochtige wol. De maden die uitkomen vreten zich letterlijk in de huid. Dit heet myiasis of vliegenmade en het is een ernstige aandoening die dodelijk kan zijn.

Scheren voorkomt ook oververhitting in de zomer. Een schaap met een volle vacht kan zijn warmte moeilijk kwijt bij temperaturen boven 20 graden. Het dier gaat dan in de schaduw liggen, eet minder en verliest conditie.

De meeste hobbyhouders scheren hun schapen een keer per jaar, meestal in mei of begin juni. Sommige rassen met snelle wolgroei worden twee keer per jaar geschoren.

Wat gebeurt er met het schaap na het scheren?

Wol is een uitstekende isolatie. Het houdt warmte vast bij koude en beschermt tegen zon en regen. Zodra die laag verdwijnt, verliest het schaap zijn belangrijkste bescherming tegen temperatuurschommelingen.

Direct na het scheren daalt de huidtemperatuur. Het schaap moet meer energie verbranden om zijn lichaamstemperatuur op peil te houden. Dit effect is het sterkst in de eerste twee weken na het scheren, wanneer de wol nog maar een paar millimeter lang is.

Onderzoek laat zien dat de energiebehoefte van pas geschoren schapen met 10 tot 25 procent stijgt, afhankelijk van het weer. Bij koude, natte en winderige omstandigheden kan die stijging nog groter zijn. Een pas geschoren schaap dat buiten staat bij 10 graden en regen, kan tot 40 procent meer energie nodig hebben dan een ongeschoren schaap.

De eerste dagen na het scheren

De eerste 48 tot 72 uur na het scheren zijn het gevoeligst. Het schaap moet wennen aan het verlies van zijn vacht. Let in deze periode op het volgende:

  • Beschutting. Zorg dat de schapen een droge, windvrije plek hebben. Een open schuur, bomenrij of haag volstaat. Bij voorspeld slecht weer kun je de schapen beter een dag op stal houden na het scheren.
  • Zonnebrand. Ja, schapen kunnen verbranden. Vooral witgewolde rassen met een lichte huid zijn gevoelig. De eerste dagen na het scheren is de huid niet gewend aan direct zonlicht.
  • Stress. Scheren is stressvol. Het schaap wordt vastgepakt, op zijn achterwerk gezet en bewerkt met een luidruchtige machine. Na het scheren herkennen schapen elkaar soms niet direct, wat kan leiden tot onderlinge onrust in de groep.
  • Kleine wondjes. Zelfs een ervaren scheerder maakt af en toe een klein sneetje. Controleer je schapen na het scheren op wondjes en behandel ze met een desinfecterend middel of wondspray.

Hoe pas je de voeding aan?

De hogere energiebehoefte na het scheren betekent dat je schapen meer voer nodig hebben. Hoe je dat invult, hangt af van het seizoen, de conditie van de schapen en of ze drachtig zijn of lammeren hebben.

Scheren in het voorjaar (mei-juni)

Als je scheert wanneer het gras volop groeit, hoef je in veel gevallen niet bij te voeren. Voorjaarsgras bevat veel energie en eiwit. De schapen compenseren hun hogere behoefte door meer te grazen.

Let wel op de volgende punten:

  • Controleer of er voldoende gras in de wei staat. Bij een korte grasmat (onder 5 centimeter) kunnen de schapen niet genoeg opnemen.
  • Schapen met lammeren hebben al een hoge energiebehoefte door de melkproductie. De extra belasting van het scheren kan bij deze ooien voor een te groot tekort zorgen. Overweeg bij te voeren met 200 tot 300 gram krachtvoer per dag.
  • Magere schapen (conditiescore onder 2,5) hebben extra aandacht nodig. Geef hen krachtvoer of stel het scheren uit tot ze in betere conditie zijn.

Scheren bij koud of nat weer

Als het weer tegenvalt na het scheren, stijgt de energiebehoefte fors. In dat geval:

  • Bied extra hooi of ruwvoer aan, ook als er gras in de wei staat. Ruwvoer (hooi, stro) produceert bij de vertering veel warmte in de pens. Dit helpt het schaap om warm te blijven.
  • Geef 200 tot 400 gram krachtvoer per schaap per dag tot het weer verbetert.
  • Zorg voor droge ligplekken. Een schaap dat nat op de grond ligt, verliest veel meer warmte dan een schaap dat droog ligt op stro.

Water en mineralen

Na het scheren drinken schapen vaak meer. De verhoogde stofwisseling kost water. Zorg dat er altijd schoon drinkwater beschikbaar is.

Voor mineralen geldt: wol bevat veel zwavel. Na het scheren begint het schaap direct met het aanmaken van nieuwe wol. Dit kost zwavel, zink en koper (in beperkte mate). Een goede schapenlikstee of mineraalmengsels voor schapen voorzien hierin.

Let op: schapen zijn gevoelig voor kopervergiftiging. Gebruik nooit mineralenmengsels die bedoeld zijn voor runderen of paarden. Die bevatten te veel koper voor schapen.

Conditiescore: de beste graadmeter

De conditiescore is de beste manier om te beoordelen of je schapen voldoende voeding krijgen. Bij schapen beoordeel je de conditie door over de ruggengraat en de lendenen te voelen.

  • Score 1: Zeer mager. Ruggengraat en ribben zijn scherp voelbaar. Het schaap heeft te weinig reserves.
  • Score 2: Mager. Ruggengraat is goed voelbaar, maar niet scherp. Er zit weinig vet op de lendenen.
  • Score 3: Goed. Ruggengraat is voelbaar met lichte druk. De lendenen zijn afgerond. Dit is de ideale score voor de meeste schapen.
  • Score 4: Vet. Ruggengraat is moeilijk voelbaar. De lendenen zijn dik bedekt.
  • Score 5: Obees. Ruggengraat is niet meer voelbaar. Het schaap is te zwaar.

Na het scheren kun je de conditie makkelijker beoordelen, omdat de wol het zicht niet meer belemmert. Dit is een goed moment om te bepalen welke schapen extra voeding nodig hebben.

Streef naar een conditiescore van 2,5 tot 3,5 voor de meeste schapen. Ooien die binnenkort gedekt worden, mogen iets zwaarder zijn (score 3 tot 3,5).

Speciaal: drachtige en zogende ooien

Het scheren van drachtige ooien heeft een bijzonder effect. Onderzoek heeft aangetoond dat ooien die 6 tot 8 weken voor het lammeren geschoren worden, grotere lammeren krijgen. De verklaring is dat het geschoren ooi meer eet om de warmteverliezen te compenseren. De extra voedingsstoffen komen ook ten goede aan de groeiende lammeren.

Dit wordt in de professionele schapenhouderij bewust toegepast. Voor hobbyhouders is het minder gebruikelijk, maar het is goed om te weten. Als je in het vroege voorjaar scheert (maart-april) en de ooien lammeren in april-mei, kan dit een positief effect hebben.

Zogende ooien die geschoren worden, hebben de hoogste voedingsbehoefte van alle schapen. Ze produceren melk en moeten tegelijk hun warmte op peil houden. Geef deze ooien onbeperkt toegang tot goed ruwvoer en vul aan met 300 tot 500 gram krachtvoer per dag, afhankelijk van het aantal lammeren.

Wolgroei en voeding

Na het scheren groeit de wol met ongeveer 1 centimeter per maand. De kwaliteit van de nieuwe wol hangt direct samen met de voeding. Een schaap dat een periode te weinig voer krijgt, produceert op dat moment zwakkere wol. Dit is zichtbaar als een dunne plek in de wolvezel, een zogenaamde breukzone. De wol breekt daar makkelijk af.

Voor goede wolgroei is voldoende eiwit en zwavel nodig. Gras en goed hooi voorzien daar normaal gesproken in. Bij schapen op een schraal rantsoen kun je aanvullen met een eiwitrijk krachtvoer.

Samenvatting

Scheren is noodzakelijk, maar het vraagt om aanpassingen in de voeding. De energiebehoefte stijgt met 10 tot 25 procent, en bij slecht weer nog meer. Bied altijd beschutting, voldoende ruwvoer en schoon water. Let extra op zogende ooien en magere schapen. Gebruik de conditiescore om bij te sturen. En gebruik nooit mineralenmengsels voor andere diersoorten.

Wil je weten hoeveel jouw schaap precies nodig heeft? Gebruik de VoerGids calculator voor een persoonlijk voeradvies op basis van gewicht, leeftijd en seizoen.