Veulen opfokken: voeding in het eerste levensjaar
Alles over de voeding van een veulen in het eerste jaar. Van moedermelk tot ruwvoer en krachtvoer: een compleet opfokschema.

De eerste uren: biest is levensreddend
De allereerste voeding die een veulen krijgt is biest (colostrum), de eerste melk van de merrie. Biest is geen gewone melk. Het bevat een extreem hoge concentratie antistoffen (immunoglobulines) die het veulen beschermen tegen infecties in de eerste levensmaanden. Een veulen wordt namelijk geboren zonder functionerend immuunsysteem. De placenta van het paard laat geen antistoffen door, dus het veulen is volledig afhankelijk van de biest voor zijn eerste afweer.
De cruciale tijdlijn:
- Binnen 2 uur na de geboorte: het veulen moet staan en beginnen met drinken. De meeste veulens staan binnen 30 tot 60 minuten en drinken binnen 1 tot 2 uur.
- Eerste 6 tot 8 uur: de darmwand van het veulen is "open" en kan de grote antistofmoleculen opnemen in de bloedbaan. Na 12 uur begint deze opnamecapaciteit snel af te nemen.
- Na 24 uur: de darmwand is "gesloten." Antistoffen die het veulen nu nog drinkt, worden niet meer opgenomen in het bloed.
Een veulen moet in de eerste 24 uur minimaal 1 tot 2 liter biest drinken. Als het veulen niet zelf kan of wil drinken (zwakte, afwijkingen, wees), moet er onmiddellijk worden ingegrepen:
- De biest handmatig uitmelken en met een fles of maagsonde toedienen
- Gebruik eventueel ingevroren biest van een andere merrie (houdbaarheid tot 1 jaar bij -18 graden Celsius)
- Een IgG-test 12 tot 24 uur na de geboorte door de dierenarts laat zien of het veulen voldoende antistoffen heeft opgenomen. Een IgG-waarde boven 800 mg/dl is voldoende.
Moedermelk: de eerste drie maanden
Na de biestperiode drinkt het veulen gewone merrie-melk. Paardenmelk is relatief arm aan vet (1,5%) en eiwit (2,5%) vergeleken met koemelk, maar bevat veel lactose (6,5%) als energiebron. Een veulen drinkt in de eerste levensweken elke 30 tot 60 minuten, tot 20 liter melk per dag.
De moedermelk is in de eerste 2 tot 3 maanden toereikend voor de volledige voedingsbehoefte van het veulen. Het veulen groeit in deze periode razensnel: 1 tot 1,5 kg per dag bij warmbloedrassen. De merrie produceert op de piek van de lactatie (4 tot 8 weken na de geboorte) circa 15 tot 20 liter melk per dag, wat een enorme belasting is voor haar lichaam. De merrie heeft in deze periode tot twee keer zoveel energie en 1,5 keer zoveel eiwit nodig als buiten de lactatie.
Vanaf circa 2 tot 4 weken begint het veulen interesse te tonen in vast voer. Het knabbelt aan het hooi van de moeder en pikt in haar krachtvoerbak. Dit is een normaal, natuurlijk proces dat niet ontmoedigd hoeft te worden. Het veulen leert zo de spijsverteringsmicro-organismen te ontwikkelen die het later nodig heeft om ruwvoer te verteren.
Bijvoeren: vanaf wanneer en waarmee?
Vanaf de leeftijd van 2 tot 3 maanden begint de melkproductie van de merrie af te nemen, terwijl de groeibehoefte van het veulen nog steeds hoog is. Dit is het moment om te starten met bijvoeren (creep feeding).
De eenvoudigste methode is een creep feeder: een voerbak die alleen toegankelijk is voor het veulen maar niet voor de merrie. Hiermee voorkomt u dat de merrie het veulenvoer opeet en te dik wordt.
Start met speciaal veulenvoer (foal feed). Dit verschilt van volwassen paardenvoer op meerdere punten:
- Hoger eiwitgehalte: 16 tot 18% ruw eiwit (versus 10-12% voor volwassen paarden). Het eiwit moet hoogwaardig zijn met voldoende essentiële aminozuren, met name lysine.
- Calcium en fosfor: in de juiste verhouding (1,5:1 tot 2:1) voor optimale botgroei
- Koper en zink: extra hoog gedoseerd ter ondersteuning van kraakbeen- en botvorming. Kopertekort is een veelvoorkomende oorzaak van orthopedische ontwikkelingsafwijkingen (OCD) bij veulens.
- Vitamine E en selenium: voor spiergezondheid en immuunfunctie
Begin met 100 tot 200 gram per dag en verhoog geleidelijk. Op het moment van spenen (5 tot 6 maanden) eet het veulen doorgaans 1 tot 1,5 kg krachtvoer per dag naast hooi.
Spenen: timing en methode
Het spenen (het scheiden van veulen en merrie) vindt doorgaans plaats op een leeftijd van 5 tot 6 maanden. Op dat moment levert de moedermelk nog maar een fractie van de voedingsbehoefte van het veulen, en het veulen eet al zelfstandig hooi en krachtvoer.
Er bestaan verschillende speenmethoden:
- Abrupt spenen: moeder en veulen worden in een keer gescheiden. Dit is stressvol maar kort. Plaats het veulen bij voorkeur samen met een ander (gespeend) veulen of een rustig volwassen paard voor sociaal contact.
- Geleidelijk spenen: de tijd die moeder en veulen samen doorbrengen wordt over 1 tot 2 weken verminderd. Dit geeft minder stress maar duurt langer.
- Groepsspenen: meerdere merries en veulens staan samen. De merries worden een voor een uit de groep gehaald, te beginnen met de merrie van het oudste veulen. De veulens blijven in hun vertrouwde groep.
Tijdens het spenen moet u extra letten op de voedselinname van het veulen. De stress van het spenen kan leiden tot verminderde eetlust in de eerste dagen. Zorg dat het veulen al ruim voor het spenen gewend is aan het krachtvoer en het hooi, zodat de overgang zo soepel mogelijk verloopt.
Voeding na het spenen: 6 tot 12 maanden
Na het spenen is het veulen volledig afhankelijk van hooi, krachtvoer en eventueel weidegras. De groeisnelheid is nog steeds hoog: een warmbloedveulen groeit van circa 250 kg bij het spenen naar 350 tot 400 kg op de leeftijd van 12 maanden.
Het voedingsschema voor een gespeend warmbloedveulen (6 tot 12 maanden):
| Voersoort | Hoeveelheid per dag | Toelichting |
|---|---|---|
| Hooi/ruwvoer | 4 - 6 kg (1,5-2% van lichaamsgewicht) | Goed kwaliteitshooi, bij voorkeur een mix van gras- en luzernehooi |
| Veulenvoer/opfokvoer | 1,5 - 2,5 kg | Verdeeld over 2 tot 3 maaltijden, geleidelijk opbouwen |
| Water | Onbeperkt | Altijd vers water beschikbaar |
| Zout | Liksteen | Vrije toegang tot een zoutliksteen |
Een belangrijke richtlijn is: geef niet meer dan 1% van het lichaamsgewicht aan krachtvoer per dag, verdeeld over minimaal 2 porties. Te veel krachtvoer in een keer belast het spijsverteringsstelsel en verhoogt het risico op koliek en ontwikkelingsstoornissen.
Groei-energie en de gevaren van te snel groeien
Een van de grootste valkuilen bij de opfok van veulens is de neiging om te veel en te energierijk te voeren in de hoop dat het veulen sneller groeit en eerder groot is. Dit is een ernstige fout. Te snelle groei verhoogt het risico op orthopedische ontwikkelingsafwijkingen (DOD/OCD):
- Osteochondrose (OC/OCD): losse kraakbeenfragmenten in de gewrichten, veroorzaakt door een verstoorde kraakbeelvorming. Vaak pas merkbaar als het paard onder het zadel komt.
- Epifysitis: ontsteking van de groeischijven, herkenbaar aan dikke knobbels boven de knieën of hakken
- Flexuurlaxiteit: slappe pezen waardoor het veulen door de kogels zakt
- Flexuurcontractuur: strakke pezen waardoor het veulen op de teentoppen staat (bokvoet)
De sleutel is een gestage, gelijkmatige groei. Een warmbloedveulen groeit gemiddeld 0,8 tot 1,2 kg per dag in het eerste levensjaar. Wekelijks wegen of maandelijks meten (stokmaat, borstomvang) helpt u om de groei te monitoren.
Mineralen, vitaminen en weidegang
Veulens hebben verhoogde behoeften aan specifieke mineralen en vitaminen:
- Koper: essentieel voor de kraakbeelvorming. De Nederlandse bodem is relatief arm aan koper, dus aanvulling is bijna altijd nodig. Minimaal 30 mg koper per kg droge stof in het totale rantsoen.
- Zink: werkt samen met koper. Minimaal 100 mg per kg droge stof.
- Calcium en fosfor: in een verhouding van 1,5:1 tot 2:1. Te veel fosfor (door te veel granen) remt de calciumopname.
- Vitamine D: belangrijk voor de botstofwisseling. Veulens die buiten staan, maken voldoende vitamine D aan onder invloed van zonlicht.
- Vitamine E en selenium: voor de spiergezondheid. Een tekort kan leiden tot witspierziekte, een potentieel dodelijke aandoening bij jonge veulens.
Weidegang is zeer belangrijk voor de ontwikkeling van het veulen. Vrije beweging stimuleert de bot- en kraakbeelontwikkeling, de coördinatie en het mentale welzijn. Een veulen dat de hele dag in een kleine box of paddock staat, ontwikkelt zich minder goed dan een veulen dat dagelijks uren kan rennen en spelen. Zorg voor veilige omheining (minimaal 3 draden of planken, geen prikkeldraad) en controleer het weiland op giftige planten (jacobskruiskruid, taxus, eikenblad).
Wilt u berekenen hoeveel ruwvoer en krachtvoer uw veulen nodig heeft? Gebruik de VoerGids voerberekening voor een advies op basis van de CVB-normen, afgestemd op de leeftijd en het gewicht van uw veulen.