Vijvervissen voeren in de zomer: waar let je op?
Vijvervissen voeren in de zomer: hoeveel, hoe vaak en welk voer. Tips voor koi, goudvissen en andere vijvervissen bij warm weer.

De zomer is het seizoen waarin vijvervissen op hun actiefst zijn. De watertemperatuur stijgt, de stofwisseling draait op volle toeren en de vissen komen gretig naar het oppervlak zodra je bij de vijver staat. Maar juist in deze periode gaat het vaak mis. Te veel voeren, het verkeerde voer kiezen of niet letten op de waterkwaliteit: het zijn fouten die je vissen ziek kunnen maken. In dit artikel lees je hoe je vijvervissen goed door de zomer helpt.
Watertemperatuur bepaalt alles
Vijvervissen zijn koudbloedige dieren. Dat betekent dat hun lichaamstemperatuur gelijk is aan de watertemperatuur. Bij koud water vertraagt hun stofwisseling. Bij warm water versnelt die. Dit heeft directe gevolgen voor hoeveel voer ze nodig hebben en hoe snel ze het verteren.
De vuistregel is simpel:
- Onder 8 graden: niet voeren. De stofwisseling staat vrijwel stil. Voer dat je nu geeft, wordt niet verteerd en rot weg in de vijver.
- 8 tot 15 graden: spaarzaam voeren. Eenmaal per dag een kleine hoeveelheid. Kies licht verteerbaar voer, zoals tarwekiemen.
- 15 tot 20 graden: normaal voerregime. Twee keer per dag voeren. De stofwisseling komt goed op gang.
- 20 tot 25 graden: de optimale zone. Vissen zijn het actiefst, de vertering werkt het snelst. Je kunt twee tot drie keer per dag voeren.
- Boven 28 graden: minder voeren. De zuurstofconcentratie in het water daalt bij hoge temperaturen. De vissen hebben minder eetlust en hun vertering wordt minder efficiënt.
Investeer in een vijverthermometer als je er nog geen hebt. Zonder dat je de watertemperatuur weet, ben je aan het gokken. Een drijvende thermometer kost een paar euro en bespaart je problemen.
Hoeveel voer geven?
De gouden regel voor vijvervissen is de vijfminutenregel. Geef zoveel voer als de vissen in vijf minuten opeten. Alles wat daarna nog drijft of zinkt, is te veel. Tel na vijf minuten het overgebleven voer. Zie je nog korrels? Dan heb je te veel gegeven.
Dit klinkt simpel, maar de meeste vijvereigenaren overschatten hoeveel hun vissen nodig hebben. Een volwassen koi van 50 centimeter heeft per dag slechts 1 tot 2 procent van zijn lichaamsgewicht aan voer nodig. Voor een koi van 3 kilogram is dat 30 tot 60 gram per dag, verdeeld over twee tot drie voerbeurten. Dat is minder dan je denkt.
Goudvissen hebben nog minder nodig. Ze zijn kleiner en hun stofwisseling is trager dan die van koi. Een handvol vlokken per voerbeurt is voor een groep van tien goudvissen al voldoende.
Overvoeren is het grootste probleem bij vijvervissen. Het onverteerde voer zinkt naar de bodem, waar het ontbindt. Dit verhoogt het ammoniakgehalte in het water, verbruikt zuurstof en voedt algengroei. Het resultaat is troebel water, een stinkende vijver en gestresste vissen. In het ergste geval leidt het tot ammoniakvergitiging, kieuwaantasting en sterfte.
Welk voer in de zomer?
Niet alle visvoer is hetzelfde. Er zijn belangrijke verschillen in samenstelling die per seizoen relevant zijn.
Eiwitgehalte
In de zomer hebben vijvervissen meer eiwit nodig dan in het voor- of najaar. De reden is dat ze groeien en (bij sommige soorten) zich voortplanten. Het eiwitgehalte van zomervoer ligt tussen de 30 en 40 procent. Voorjaars- en najaarsvoer zit lager, rond de 20 tot 25 procent.
Bij watertemperaturen onder de 15 graden is eiwitrijk voer lastig te verteren. De enzymen die eiwit afbreken werken minder goed bij lage temperaturen. Daarom schakel je in het voorjaar en najaar over op tarwekiemvoer, dat makkelijker verteerbaar is.
Drijvend of zinkend voer
Drijvend voer (sticks of pellets) heeft een voordeel in de zomer: je kunt precies zien hoeveel de vissen eten. Overgebleven voer schep je eenvoudig van het wateroppervlak. Zinkend voer verdwijnt naar de bodem, waar je het niet meer kunt verwijderen. Voor de meeste vijvereigenaren is drijvend voer daarom de beste keuze.
Een uitzondering geldt voor steur. Steuren zijn bodemvissers. Ze hebben een onderstandige bek en kunnen niet van het oppervlak eten. Geef steuren altijd zinkend voer, bij voorkeur speciale steurkorrels die langzaam naar de bodem zakken zonder direct uiteen te vallen.
Kleurvoer
Veel koihouders gebruiken in de zomer kleurvoer. Dit bevat spirulina, astaxanthine of carotenoidenpigmenten die de rode en oranje kleuren van koi versterken. Kleurvoer werkt alleen bij watertemperaturen boven 20 graden, omdat de pigmenten pas bij een actieve stofwisseling worden opgenomen in de huid. Je hoeft niet het hele seizoen kleurvoer te geven. Twee tot drie maanden in de zomer is voldoende.
Voertijden kiezen
In de zomer voer je het best in de ochtend en de vroege avond. Rond het middaguur, als de zon op zijn sterkst is en de watertemperatuur piekt, is geen ideaal voermoment. De vissen zoeken dan koeler water op in de diepere delen van de vijver.
Probeer een vast ritme aan te houden. Vissen zijn gewoontedieren. Als je elke dag rond dezelfde tijd voert, leren ze dat snel. Na een paar weken komen ze al naar het oppervlak zodra ze je stappen horen. Dit is overigens ook een goed controlemiddel: als vissen die normaal gretig naar het oppervlak komen, opeens wegblijven, kan dat een teken zijn van stress of ziekte.
Zuurstof en waterkwaliteit
Warm water bevat minder opgeloste zuurstof dan koud water. Bij 10 graden kan water circa 11 milligram zuurstof per liter bevatten. Bij 30 graden daalt dit naar circa 7,5 milligram per liter. Dat is een daling van bijna een derde. Tegelijkertijd hebben de vissen bij hogere temperaturen juist meer zuurstof nodig, omdat hun stofwisseling sneller draait.
Dit spanningsveld maakt de zomer een risicovolle periode. Voeg daar overvoeren aan toe (rottend voer verbruikt zuurstof bij het ontbinden) en je hebt een recept voor problemen. Tekenen van zuurstofgebrek zijn:
- Vissen happen naar lucht aan het wateroppervlak
- Vissen zijn traag en bewegen nauwelijks
- Vissen hangen schuin of op hun zij
Zorg in de zomer altijd voor voldoende waterbeweging. Een fontein, waterval of beluchter (luchtpomp met uitstromer) brengt zuurstof in het water. Vooral 's nachts is beluchting belangrijk, omdat waterplanten dan zuurstof verbruiken in plaats van produceren.
Natuurlijk voedsel in de vijver
Een gezonde vijver bevat natuurlijk voedsel dat je vissen zelf vinden. Larven van muggen, waterinsecten, algen, waterplanten en kleine kreeftachtigen vormen een deel van het dagelijkse menu. Dit natuurlijke voedsel is vaak voedzamer en beter verteerbaar dan kunstmatig visvoer.
In de zomer explodeert het natuurlijke voedselaanbod. Dat betekent dat je vissen al een deel van hun voedingsbehoefte uit de vijver zelf halen. Houd hier rekening mee bij het bijvoeren. Een vijver met veel beplanting en een goede biologische balans levert meer natuurlijk voedsel dan een kale vijver met alleen een filter.
Sommige vijvereigenaren voeren hun vissen aanvullend met levend voer: dafnia (watervlooien), tubifex (buisworm) of artemia (pekelkreeftjes). Dit is een goede bron van eiwit en stimuleert het natuurlijke foerageergedrag. Je koopt levend voer bij de dierenwinkel of kweekt het zelf in een emmer regenwater.
Veelgemaakte fouten in de zomer
Te veel voeren bij bezoek
Gasten die langskomen en de vissen willen voeren. Kinderen die drie keer per dag een hand voer in de vijver gooien. Het is een klassiek probleem. Spreek duidelijk af wie de vissen voert en hoeveel. Overweeg een voerautomaat die een afgemeten portie geeft op vaste tijden. Zo voorkom je dat de vissen dubbel of drievoudig gevoerd worden.
Niet aanpassen bij onweer
Na een zware onweersbui daalt de watertemperatuur soms plotseling met vijf tot tien graden. De luchtdruk verandert en de zuurstofconcentratie schommelt. Vissen zijn gevoelig voor deze plotselinge wisselingen. Sla de voerbeurt na een flinke bui over en wacht tot de vissen weer actief zijn.
Voer bewaren in de warmte
Visvoer dat je in de schuur bewaart bij 35 graden verliest snel zijn voedingswaarde. Vitaminen breken af door warmte en licht. Bewaar visvoer op een koele, droge plek in een afgesloten bak. Koop geen grotere verpakking dan je in twee tot drie maanden gebruikt. Oud of beschimmeld voer gooi je weg.
Vakantie en voeren
Ga je op vakantie? Vijvervissen kunnen makkelijk twee weken zonder bijvoeding. Ze vinden genoeg natuurlijk voedsel in de vijver. Zet geen voerblokken (vacation feeders) in de vijver. Deze lossen geleidelijk op en vervuilen het water aanzienlijk. Vraag liever een buurman om twee keer per week een kleine hoeveelheid voer te geven. Leg de exacte portie klaar in zakjes, zodat er niet te veel gegeven wordt.
Specifieke vissoorten
Koi
Koi zijn de grootvreters van de vijver. Ze groeien hun hele leven door en kunnen 60 tot 90 centimeter lang worden. In de zomer groeien ze het hardst. Gebruik eiwitrijk koivoer (35 tot 40 procent eiwit) bij watertemperaturen boven 20 graden. Wissel af tussen standaard pellets en kleurvoer. Koi zijn ook dol op stukjes watermeloen, sinaasappel en gekookte erwten (zonder schil). Dit mag als traktatie, maar niet als hoofdvoer.
Goudvissen en sarasa's
Goudvissen zijn bescheidener dan koi. Ze worden minder groot en hebben minder voer nodig. Standaard vijvervisvoer in vlokken of kleine pellets is prima. Geef niet meer dan de vissen in drie tot vier minuten opeten. Goudvissen planten zich in de zomer voort. Na het paaien zijn de vrouwtjes uitgeput en hebben ze extra voeding nodig. Voeg dan wat eiwitrijk voer toe.
Steuren
Steuren zijn een geval apart. Ze eten uitsluitend van de bodem en hebben zinkend voer nodig. In de zomer is extra opletten geboden, want steuren zijn zeer gevoelig voor zuurstofgebrek. Bij watertemperaturen boven 25 graden neemt het risico toe. Zorg voor extra beluchting als je steuren houdt. Steuren hebben voer nodig met minimaal 40 procent eiwit en een hoog vetgehalte (8 tot 12 procent).
Graskarpers
Graskarpers eten voornamelijk waterplanten en draadalgen. In de zomer vinden ze genoeg voedsel in de vijver als er voldoende beplanting is. Bijvoeren is meestal niet nodig, tenzij de vijver weinig plantengroei heeft. In dat geval kun je sla, andijvie of paardenbloembladeren aan het wateroppervlak leggen.
De vijver testen
Meet in de zomer wekelijks de waterkwaliteit. De belangrijkste parameters zijn:
- Ammoniak (NH3): moet onder 0,02 mg/l blijven. Hogere waarden duiden op overvoeren of een overbelast filter.
- Nitriet (NO2): moet onder 0,1 mg/l blijven. Nitriet is giftig voor vissen, zelfs in lage concentraties.
- pH: moet tussen 7,0 en 8,5 liggen. Grote schommelingen zijn gevaarlijker dan een iets te hoge of lage waarde.
- KH (carbonaathardheid): minimaal 6 graden dH. Een lage KH maakt de pH instabiel.
Druppeltests zijn nauwkeuriger dan teststrips en kosten niet veel meer. Test altijd op hetzelfde moment van de dag, bij voorkeur in de ochtend voor het voeren.
Samengevat
Vijvervissen voeren in de zomer vraagt aandacht, maar het is niet ingewikkeld. Gebruik een thermometer, pas de voerhoeveelheid aan op de watertemperatuur en houd je aan de vijfminutenregel. Kies eiwitrijk zomervoer bij temperaturen boven 20 graden. Zorg voor voldoende zuurstof met een beluchter of waterbeweging. En het allerbelangrijkste: geef liever te weinig dan te veel. Een beetje honger is voor vijvervissen niet erg. Een vervuilde vijver wel.