← Alle artikelen
paarden18 mei 2026door Nick Albers

Weidegang in het voorjaar: zo voorkom je hoefbevangenheid

Voorkom hoefbevangenheid bij paarden in het voorjaar. Tips over weidegang, fructanen in gras en voedingsaanpassingen voor gevoelige paarden.

Weidegang in het voorjaar: zo voorkom je hoefbevangenheid

Het voorjaar is voor veel paardenhouders het mooiste seizoen. De wei wordt groen, de temperatuur stijgt en de paarden willen naar buiten. Maar voorjaarsgras brengt een risico met zich mee dat je niet mag onderschatten: hoefbevangenheid, ook wel laminitis genoemd. Elk jaar worden honderden paarden in Nederland getroffen. Met de juiste aanpak kun je dit grotendeels voorkomen.

Wat is hoefbevangenheid?

Hoefbevangenheid is een ontsteking van de hoeflederhuid. Dat is de gevoelige laag weefsel tussen het hoefbeen en de hoefwand. Bij een ontsteking zwelt dit weefsel op, maar de harde hoefwand geeft niet mee. Het resultaat is extreme pijn. In ernstige gevallen kan het hoefbeen draaien of zakken. Dat is onomkeerbaar.

Een paard met hoefbevangenheid staat vaak met de voorbenen naar voren gestrekt. Het probeert zo het gewicht van de voorhoeven af te halen. Lopen gaat moeizaam. Het dier voelt warm aan bij de hoeven en de digitale pols (de slagader aan de achterkant van de koot) klopt hard.

Hoefbevangenheid is een spoedgeval. Bel direct de dierenarts als je deze verschijnselen ziet.

Waarom is voorjaarsgras gevaarlijk?

Gras maakt overdag suikers aan via fotosynthese. Normaal gebruikt het gras die suikers 's nachts om te groeien. Maar in het voorjaar groeit gras soms langzamer dan het suiker aanmaakt. Dat gebeurt vooral bij koude nachten (onder 5 graden) gevolgd door zonnige dagen.

Het gras slaat de overtollige suikers op als fructanen. Fructanen zijn een soort reservekoolhydraten die zich ophopen in de stengel. Paarden kunnen fructanen niet verteren in de dunne darm. De fructanen belanden in de blinde darm en dikke darm, waar ze snel gefermenteerd worden door bacterien. Dit verstoort de darmflora. Er komen gifstoffen (endotoxinen) vrij die in de bloedbaan terechtkomen. Die gifstoffen veroorzaken de ontsteking in de hoeflederhuid.

Het fructaangehalte in voorjaarsgras kan oplopen tot 250 gram per kilo droge stof. Ter vergelijking: in de zomer is dat vaak minder dan 100 gram. Een paard dat een hele dag in een welige voorjaarswei staat, kan gemakkelijk meer dan een kilo fructanen binnenkrijgen.

Welke paarden lopen het meeste risico?

Niet elk paard is even gevoelig. Maar sommige paarden hebben een veel hoger risico:

  • Paarden met overgewicht. Vet weefsel produceert ontstekingsbevorderende stoffen. Een te zwaar paard heeft daardoor sneller ontstekingsreacties.
  • Paarden met Equine Metabolic Syndrome (EMS). Deze paarden hebben een verstoorde insulinehuishouding. Ze reageren overgevoelig op suikers in het voer.
  • Paarden met de ziekte van Cushing (PPID). Oudere paarden met Cushing produceren te veel cortisol. Dit verhoogt het risico op hoefbevangenheid.
  • Pony's en robuuste rassen. IJslanders, Fjorden, Haflingers en Shetlanders zijn van nature zuinige eters. Ze zijn gefokt om te overleven op schraal gras. Weelderig voorjaarsgras is voor hen te rijk.
  • Paarden die eerder hoefbevangen zijn geweest. Na een eerste aanval is de hoeflederhuid beschadigd. De kans op herhaling is groot.

Wanneer is het fructaangehalte het hoogst?

Het fructaangehalte in gras schommelt sterk gedurende de dag en het seizoen. Er zijn een paar vuistregels:

  • Het gehalte is het hoogst in de late middag en vroege avond. Dan heeft het gras de hele dag suikers aangemaakt.
  • Het gehalte is het laagst in de vroege ochtend, voor zonsopkomst. Het gras heeft de nacht gebruikt om suikers te verbranden.
  • Koude nachten (onder 5 graden) gevolgd door zonnige dagen geven de hoogste pieken. Het gras maakt wel suikers aan, maar groeit niet hard genoeg om ze te gebruiken.
  • Kort gras bevat meer fructanen dan lang gras. Afgegraasde weiden zijn dus riskanter dan weiden met gras van 10 tot 15 centimeter.
  • Stress bij het gras (droogte, vorst, intensief grazen) verhoogt het fructaangehalte.

De periode van maart tot en met juni is het gevaarlijkst. Maar ook in het najaar, bij koude nachten en warme dagen, kan het fructaangehalte hoog zijn.

Praktische tips voor veilige weidegang

Je hoeft je paard niet de hele lente op stal te houden. Maar je moet wel bewust omgaan met weidegang. Hier zijn concrete maatregelen:

1. Bouw weidegang langzaam op

Laat je paard in het voorjaar niet van de ene op de andere dag uren in de wei staan. Begin met 15 tot 30 minuten per dag. Bouw dit in twee tot drie weken op naar een paar uur. Zo kan de darmflora wennen aan vers gras.

2. Kies het juiste moment

Laat je paard bij voorkeur in de vroege ochtend naar buiten, als het fructaangehalte het laagst is. Haal het paard binnen voor de middag, wanneer de suikers oplopen. Vermijd weidegang in de late middag en avond op zonnige dagen.

3. Geef hooi voor de weidegang

Een paard dat met een lege maag de wei in gaat, eet sneller en meer. Geef een uur voor de weidegang hooi. Het paard komt dan minder hongerig in de wei en eet rustiger. Het hooi zorgt ook voor een buffer in de maag.

4. Gebruik een graasmasker

Een graasmasker (ook wel graaskorf of greenguard genoemd) beperkt de grasopname. Het paard kan nog wel grazen, maar neemt per hap minder gras op. Dit is een goede oplossing voor paarden die gevoelig zijn maar toch buiten moeten bewegen.

Let er wel op dat het masker goed past. Een slecht passend masker kan schuurplekken veroorzaken. Controleer het regelmatig.

5. Beheer je weiland

Kort afgegraasd gras bevat meer fructanen. Houd het gras op een lengte van minimaal 8 tot 10 centimeter. Maaien kan helpen om het gras op lengte te houden. Bemest niet te veel met stikstof, want dat stimuleert snelle grasgroei met hoge suikergehaltes.

Overweeg het inzaaien van een kruidenrijke weide. Kruiden als paardenbloem, smalle weegbree en cichorei bevatten minder fructanen dan Engels raaigras. Ze zijn ook beter voor de algehele gezondheid van je paard.

6. Strip-grazing

Met een verplaatsbaar lint kun je elke dag een klein stuk wei beschikbaar maken. Zo beperk je de grasopname en voorkom je dat het paard alleen de lekkerste stukken uitkiest. Verplaats het lint dagelijks een paar meter.

Voedingsaanpassingen in het voorjaar

Naast weidemanagement kun je ook het stalrantsoen aanpassen:

  • Verminder krachtvoer. Voorjaarsgras bevat al veel energie. Extra krachtvoer kan voor een overschot zorgen. Geef alleen krachtvoer als het paard het echt nodig heeft (bij arbeid of groei).
  • Kies laag-suiker hooi. Laat je hooi analyseren. Hooi met minder dan 100 gram suiker en fructaan per kilo droge stof is geschikt voor gevoelige paarden. Je kunt hooi ook weken in water (30 tot 60 minuten) om een deel van de suikers eruit te spoelen.
  • Zorg voor voldoende mineralen. Voorjaarsgras bevat vaak weinig magnesium. Een magnesiumtekort kan spierproblemen veroorzaken en verergert de gevolgen van een hoog suikerrantsoen. Overleg met je dierenarts of voedingsadviseur over een mineraalbolus of -supplement.
  • Voldoende ruwvoer. Een paard moet minimaal 1,5 procent van zijn lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer krijgen. Bij beperkte weidegang vul je aan met hooi.

Herken de vroege signalen

Hoefbevangenheid begint niet altijd met duidelijke kreupelheid. Let op deze vroege signalen:

  • Het paard loopt stijf, vooral op harde ondergrond.
  • Het paard is minder actief dan normaal en wil niet graag lopen.
  • De hoeven voelen warm aan.
  • Het paard verschuift regelmatig zijn gewicht van de ene voet naar de andere.
  • Er zijn zichtbare ringen op de hoefwand (bij chronische gevallen).

Bij twijfel: meet de digitale pols. Leg je vingers aan de achterkant van de koot, net boven de bal van de voet. Als je een duidelijke, bonsende pols voelt, is dat een waarschuwingssignaal.

Wat te doen bij hoefbevangenheid?

Als je vermoedt dat je paard hoefbevangen is:

  • Haal het direct uit de wei.
  • Zet het op een zachte ondergrond (dik stro of zand).
  • Bel de dierenarts.
  • Geef alleen water en goed hooi (laag in suiker).
  • Laat het paard zo min mogelijk lopen.
  • Dwing het niet om te bewegen.

De dierenarts kan pijnstilling geven en de ernst beoordelen met rontgenfoto's. Bij een ernstige aanval is langdurige revalidatie nodig, soms maanden.

Samenvatting

Hoefbevangenheid in het voorjaar is een reeel risico, maar met de juiste maatregelen kun je het grotendeels voorkomen. Bouw weidegang langzaam op, kies de juiste tijdstippen, geef hooi voor het grazen en houd het gras op lengte. Let extra op bij paarden met overgewicht, EMS of Cushing. En herken de vroege signalen, zodat je snel kunt ingrijpen.

Voorkomen is altijd beter dan genezen. Zeker bij hoefbevangenheid, want de schade aan de hoeven kan blijvend zijn.

Wil je weten hoeveel jouw paard precies nodig heeft? Gebruik de VoerGids calculator voor een persoonlijk voeradvies op basis van gewicht, leeftijd en seizoen.