Weidegang in het voorjaar: waar moet u op letten?
De overgang naar weidegang in het voorjaar vraagt om voorzichtigheid. Tips om koliek, hoefbevangenheid en diarree te voorkomen.

De gevaren van voorjaarsgras
Na een lange winter is de verleiding groot om uw dieren zo snel mogelijk de wei in te sturen. Toch is voorjaarsgras niet zonder risico. Gras dat in het voorjaar snel groeit, heeft een fundamenteel andere samenstelling dan gras in de zomer of herfst. Het bevat aanzienlijk meer suikers, met name fructanen, en meer eiwit, terwijl het structuurgehalte (ruwe celstof) lager is.
De combinatie van hoge suikerwaarden en lage structuur maakt voorjaarsgras potentieel gevaarlijk voor alle grazende dieren. De suikerwaarden in voorjaarsgras kunnen oplopen tot 25 tot 35% van de droge stof, terwijl zomergras gemiddeld 10 tot 20% bevat. Deze pieken treden vooral op bij specifieke weersomstandigheden: zonnige dagen gevolgd door koude nachten (onder 5 graden Celsius). Het gras produceert overdag suiker door fotosynthese maar verbruikt deze 's nachts niet vanwege de lage temperatuur, waardoor de suikers zich opstapelen.
Fructanen: de onzichtbare vijand
Fructanen zijn een specifiek type suiker (koolhydraat) dat gras opslaat als energiereserve. In tegenstelling tot glucose en sucrose worden fructanen niet verteerd in de dunne darm maar komen ze terecht in de blinde darm en dikke darm, waar ze snel gefermenteerd worden door bacterien. Dit leidt tot een verlaging van de pH (verzuring), afsterven van gunstige darmbacterien en het vrijkomen van endotoxinen in de bloedbaan. Bij paarden en pony's is dit het mechanisme achter hoefbevangenheid (laminitis).
Hoefbevangenheid: het grootste risico bij paarden en pony's
Hoefbevangenheid is een uiterst pijnlijke en potentieel levensbedreigende aandoening waarbij de laminae (de verbinding tussen de hoefwand en het hoefbeen) ontstoken raken en loslaten. In ernstige gevallen zakt het hoefbeen door de hoefzool, wat onomkeerbare schade veroorzaakt.
Welke dieren zijn extra gevoelig?
- Pony's en kleine paardenrassen: Shetlanders, Welsh pony's, Fjorden en IJslanders zijn berucht gevoelig vanwege hun zuinige stofwisseling
- Paarden met overgewicht: vetweefsel produceert ontstekingsbevorderende stoffen die het risico verhogen
- Paarden met EMS (Equine Metabolisch Syndroom): een stofwisselingsziekte vergelijkbaar met diabetes type 2 bij mensen
- Paarden met PPID (ziekte van Cushing): een hormonale aandoening die de gevoeligheid voor suikers verhoogt
- Ezels: nog gevoeliger dan pony's vanwege hun extreme zuinige metabolisme, aangepast aan schrale begroeiing
Symptomen van hoefbevangenheid zijn: stijve, korte passen, neerliggen, warmte in de hoeven, versterkte pulsatie in de onderbeenarterie, en de typische "achteroverleunende" houding waarbij het paard het gewicht naar achteren verplaatst om de pijnlijke voorhoeven te ontlasten. Bij de eerste tekenen moet u het paard direct van het gras halen en de dierenarts bellen.
Geleidelijk wennen: het opbouwschema
De sleutel tot veilige voorjaarsweidegang is geleidelijk opbouwen. Het maag-darmstelsel moet wennen aan de veranderde grassamenstelling, en het dier moet langzaam de hogere suikerinname leren verwerken. Een beproefd opbouwschema:
| Week | Weidtijd per dag | Aanvullende maatregelen |
|---|---|---|
| Week 1 | 15 tot 30 minuten | Eerst hooi voeren voordat het dier de wei in gaat |
| Week 2 | 30 tot 60 minuten | Hooi blijven aanbieden bij terugkomst |
| Week 3 | 1 tot 2 uur | Bij voorkeur in de ochtend (lagere suikerwaarden) |
| Week 4 | 2 tot 4 uur | Monitoren op tekenen van ongemak of hoefbevangenheid |
| Week 5 | 4 tot 6 uur | Geleidelijk verder opbouwen |
| Week 6 en verder | Volledige weidegang | Blijf monitoren, beperk bij weerwisselingen |
Belangrijk: laat dieren bij voorkeur 's ochtends vroeg grazen in plaats van 's middags of 's avonds. De suikerconcentratie in gras is het laagst in de vroege ochtend (voor zonsopkomst) en het hoogst aan het einde van een zonnige middag. Bij koud en zonnig weer zijn de suikerpieken het meest extreem.
Kopziekte bij runderen: magnesiumbehoefte in het voorjaar
Kopziekte (hypomagnesemie of grastetanie) is een acuut en levensgevaarlijk magnesiumtekort dat vooral voorkomt bij melkkoeien en zoogkoeien in de eerste weken na het inscharen in voorjaarsgras. Jong voorjaarsgras bevat weinig magnesium maar veel kalium en stikstof, die de opname van magnesium in de pens remmen.
Runderen hebben nauwelijks magnesiumreserves in het lichaam. Een plotselinge daling van de magnesiuminname leidt binnen 24 tot 48 uur tot symptomen: spiertrillingen, stijve gang, overgevoeligheid voor geluid en aanraking, en in het ernstigste geval stuipen, neerliggen en overlijden. Kopziekte kan dodelijk zijn binnen enkele uren na het optreden van de eerste verschijnselen.
Preventie is essentieel:
- Begin twee weken voor het inscharen met het bijvoeren van magnesium (minimaal 20 tot 30 gram magnesiumoxide per koe per dag)
- Gebruik magnesiumhoudende likstenen of magnesiumbolussen
- Voer magnesium door het krachtvoer of strooi magnesiumoxide over het ruwvoer
- Bied in de eerste weken naast gras ook hooi of kuilgras aan om de overgang te dempen
- Wees extra alert bij oudere koeien, pas gekalfde koeien en koeien met een hoge melkproductie
Parasietendruk na de winter
Weideparasieten overleven de winter als larven op het grasland. Zodra de bodemtemperatuur boven de 10 graden Celsius stijgt, worden de larven weer actief en infectueus. Dit betekent dat uw dieren bij het eerste voorjaarsgrazen direct worden blootgesteld aan de opgebouwde parasietendruk van het voorgaande seizoen.
Maatregelen om de parasietendruk te beheersen:
- Mestonderzoek: laat voor het inscharen een mestmonster onderzoeken (EPG-telling) om te bepalen of ontwormen nodig is
- Weidewisseling: gebruik indien mogelijk schone weiden (weiden die het voorgaande seizoen niet door dezelfde diersoort zijn begraasd)
- Gemengd beweiden: laat paarden en runderen dezelfde weide gebruiken. Paarden- en rundveenparasieten zijn soortspecifiek; het ene dier ruimt de parasietenlarven van het andere op.
- Niet te vroeg en niet te kort inscharen: de meeste larven zitten in de onderste 5 cm van de grasspriet. Laat het gras minimaal 8 tot 10 cm lang worden voordat u inschaart.
- Selectief ontwormen: ontworm niet standaard alle dieren, maar alleen die dieren die het nodig hebben (op basis van mestonderzoek of FAMACHA). Dit voorkomt resistentie van de wormen tegen ontwormmiddelen.
Graslandonderhoud voor het seizoen
Goed graslandonderhoud in het vroege voorjaar draagt bij aan een gezonde wei met een goede botanische samenstelling. Begin met het seizoen door de volgende stappen:
- Mestflatten verspreiden: sleep de wei of verdeel oude mestflatten met een weidesleep. Dit bevordert gelijkmatige groei en vermindert de parasietendruk (de larven komen door de zon in contact met UV-licht).
- Molshopen egaliseren: molshopen verstikken het gras en bevatten aarde die de kwaliteit van eventueel gewonnen hooi verlaagt.
- Onkruidbestrijding: verwijder giftige planten zoals jakobskruiskruid (leverkanker bij paarden), vingerhoedskruid en bitterzoet voordat ze gaan bloeien en zaaien.
- Bemesting: laat een bodemmonster nemen en bemest gericht op tekorten. Overbemesting met stikstof leidt tot eiwitrijk gras dat pensacidose kan veroorzaken bij herkauwers.
- Drainage controleren: natte plekken zijn broedplaatsen voor leverbotslakken en parasietenlarven. Verbeter de drainage waar mogelijk.
Strip grazing: gecontroleerd weiden
Strip grazing (strookbegrazing) is een methode waarbij u het weiland opdeelt in smalle stroken met behulp van verplaatsbare afrastering. De dieren krijgen elke dag of om de paar dagen toegang tot een verse strook gras, terwijl de afgegraasd stroken kunnen herstellen.
Voordelen van strip grazing in het voorjaar:
- Grasopname beperken: u bepaalt exact hoeveel gras er beschikbaar is, waardoor overeten wordt voorkomen
- Grasland spaart beter: het gras wordt gelijkmatig afgegraasd en krijgt tijd om te herstellen
- Minder vertrapping: doordat de dieren op een kleinere oppervlakte staan, wordt het resterende grasland niet vertrapt
- Betere parasietenbeheersing: door de dieren steeds op vers gras te zetten, is de parasietendruk per strook lager
Een praktische vuistregel: geef per paard per dag een strook van ongeveer 40 tot 50 vierkante meter in het voorjaar (wanneer het gras snel groeit). Bij runderen rekent u met 50 tot 70 vierkante meter per dier per dag. Pas deze oppervlakte aan op basis van de graslengte en groeisnelheid.
Wanneer beginnen met weidegang?
De juiste timing voor het begin van de weidegang hangt af van twee factoren: de bodemtemperatuur en de graslengte. Gras begint te groeien bij een bodemtemperatuur van 6 tot 8 graden Celsius (gemeten op 10 cm diepte). In Nederland is dit gemiddeld begin maart, maar het kan per jaar en per regio sterk variieren.
Begin niet met weiden voordat het gras minimaal 8 tot 10 cm lang is. Korter gras heeft onvoldoende bladoppervlak om te herstellen na begrazing en bevat bovendien relatief meer suiker. De ideale graslengte bij inscharen is 10 tot 15 cm. Laat het gras niet langer worden dan 20 tot 25 cm, want dan neemt de voedingswaarde af en verhouten de onderste delen.
Controleer ook de draagkracht van de bodem. Een te natte wei wordt kapotgetrapt, wat het herstel van de graszode bemoeilijkt en leidt tot onkruidontwikkeling. Wacht tot de bodem stevig genoeg is om het gewicht van de dieren te dragen zonder diepe hoeafdrukken achter te laten.
Wilt u precies berekenen hoeveel bijvoeding uw dieren nodig hebben naast weidegang? De VoerGids voerberekening houdt rekening met seizoen en weidegang en berekent de optimale aanvulling met ruwvoer en krachtvoer.