Weidegras in mei: voedingswaarde en risico's
Weidegras in mei: voedingswaarde, risico's van eiwitovermaat en tips voor het rantsoen van runderen. Voorkom kopziekte en pensverzuring.

Mei is de maand van het jonge, sappige weidegras. De koeien gaan naar buiten, het gras groeit hard en de wei kleurt felgroen. Voor veel veehouders is het een fijn moment. Maar meigras is niet zonder risico. Het is voedzaam, maar de samenstelling verschilt sterk van winterruwvoer. Wie daar niet op inspeelt, kan problemen krijgen met de gezondheid en productie van zijn runderen.
De samenstelling van meigras
Weidegras in mei verschilt op belangrijke punten van gras later in het seizoen of van winterhooi:
- Hoog eiwitgehalte. Jong voorjaarsgras bevat 180 tot 250 gram ruw eiwit per kilo droge stof. Dat is fors. Ter vergelijking: goed hooi bevat 80 tot 120 gram. Het eiwit in meigras is bovendien snel afbreekbaar in de pens.
- Hoge verteerbaarheid. De verteerbaarheid van meigras ligt boven de 80 procent. Het celwandgehalte is nog laag, waardoor het gras snel en gemakkelijk verteerd wordt.
- Hoog vochtgehalte. Vers meigras bevat 80 tot 85 procent water. Een koe moet dus grote hoeveelheden gras eten om voldoende droge stof binnen te krijgen.
- Laag structuurgehalte. Jong gras bevat weinig celwanden (NDF). Dat betekent weinig structuur. Structuur is nodig om de pens goed te laten werken en herkauwactiviteit te stimuleren.
- Wisselend suikergehalte. Afhankelijk van het weer kan het suikergehalte sterk schommelen. Zonnige dagen met koude nachten geven hoge suikergehaltes.
- Laag magnesiumgehalte. Dit is een belangrijk punt. Meigras bevat relatief weinig magnesium en veel kalium. Kalium remt de opname van magnesium. Dit vergroot het risico op kopziekte (hypomagnesemie).
Kopziekte: het grootste risico
Kopziekte (hypomagnesemie of grastetanie) is de gevaarlijkste aandoening die samenhangt met voorjaarsgras. Het treedt op wanneer het magnesiumgehalte in het bloed te ver daalt.
Magnesium is nodig voor de werking van het zenuwstelsel. Bij een tekort worden de zenuwen overprikkeld. De koe vertoont eerst onrust, spiertrillingen en een stijve gang. In ernstige gevallen volgen krampen, omvallen en overlijden. Dit kan binnen uren gebeuren.
Kopziekte komt het meest voor bij:
- Melkgevende koeien in de eerste weken van de weidegang. Melkproductie kost veel magnesium.
- Oudere koeien. De magnesiumopname in de darm neemt af met de leeftijd.
- Koeien op puur gras zonder bijvoeding.
- Periodes met koud en nat weer, wanneer de koeien minder gras opnemen maar de behoefte gelijk blijft.
Preventie van kopziekte
- Magnesiumsuppletie. De makkelijkste methode is het toevoegen van magnesiumoxide (bitterzout) aan het krachtvoer of het mineraalmengsels. Een dosering van 30 tot 50 gram per koe per dag is gebruikelijk in de weideperiode. Magnesiumbolussen die in de pens blijven liggen zijn ook een optie.
- Niet te snel omschakelen. Laat de koeien in de eerste week maar een paar uur per dag naar buiten. Bouw de weidegang in 7 tot 10 dagen op naar volledige dagenweide.
- Bijvoeren met structuurrijk ruwvoer. Geef in de eerste weken hooi of stro naast het weidegras. Dit vertraagt de graspassage in de pens, verhoogt de structuurwaarde en vermindert het risico op pensverzuring.
- Mineralenliksteen. Een magnesiumhoudende liksteen in de wei is een aanvulling, maar niet voldoende als enige bron. Koeien likken te onregelmatig om een betrouwbare magnesiumopname te garanderen.
Eiwitovermaat: dunne mest en vruchtbaarheid
Het hoge eiwitgehalte van meigras, in combinatie met de snelle afbraak in de pens, leidt tot een overschot aan stikstof. De pens kan het niet allemaal verwerken. Het overschot wordt als ureum via het bloed naar de lever getransporteerd en via de urine uitgescheiden.
Een hoog ureumgehalte in het bloed (en de melk) wijst op een eiwitoverschot. De gevolgen:
- Dunne mest. De mest wordt waterig en lichtgroen. Dit is een direct gevolg van het eiwitoverschot en het hoge vochtgehalte van het gras.
- Verminderde vruchtbaarheid. Een langdurig hoog ureumgehalte verstoort het milieu in de baarmoeder en vermindert de kans op dracht. Bij melkvee is een tankmelkureum boven de 35 mg/dl een signaal om het rantsoen aan te passen.
- Extra energieverbruik. Het omzetten van ammoniak naar ureum kost de lever energie. Die energie gaat ten koste van de melkproductie of de lichaamsconditie.
Hoe ga je om met eiwitovermaat?
- Bijvoeren met energierijk voer. Door extra energie te geven (in de vorm van snijmais, bietenpulp of energierijk krachtvoer) kunnen de pensbacterien het overschot aan stikstof beter benutten.
- Structuurrijk ruwvoer bijvoeren. Hooi of stro in de stal remt de eiwitafbraak in de pens doordat de passagesnelheid afneemt.
- Minder stikstofbemesting. Op de langere termijn kun je het eiwitgehalte van het gras verlagen door minder stikstof te strooien. Dit is vooral relevant voor hobbyhouders die hun eigen weiland beheren.
Pensverzuring: als het gras te snel verteert
Jong meigras bevat veel suikers en weinig structuur. Als een koe in een keer veel van dit gras eet (bijvoorbeeld na een nacht op stal), kan er een snelle fermentatie optreden in de pens. De pH in de pens daalt. Dit heet subacute pensacidose (SARA).
Bij SARA vertoont de koe niet altijd duidelijke klachten. Maar op de achtergrond veroorzaakt het problemen:
- Verminderde pensmotiliteit (de pens beweegt minder).
- Minder herkauwactiviteit.
- Lagere vetgehaltes in de melk.
- Op termijn: klauwproblemen (door vrijkomende endotoxinen die de klauwlederhuid beschadigen).
Voorkom pensverzuring door altijd structuurrijk ruwvoer aan te bieden naast weidegras. Een ruif met hooi of stro bij de drinkplaats in de wei is een eenvoudige maatregel.
Jongvee en droogstaande koeien
Jongvee en droogstaande koeien hebben een lagere energiebehoefte dan melkgevende koeien. Voor hen kan meigras te rijk zijn. Jongvee dat te snel groeit, wordt te vet. Bij vaarzen kan dit de uierontwikkeling nadelig beinvloeden.
Droogstaande koeien die te veel energie opnemen in de droogstand, hebben een hoger risico op slepende melkziekte (ketose) na het afkalven. Hun lichaam slaat het overschot op als vet. Na het kalven mobiliseren ze dat vet te snel, waardoor de lever overbelast raakt.
Voor jongvee en droogstaande koeien is het verstandig om de weidegang te beperken of hen op een minder productieve weide te laten grazen.
Graslandmanagement in mei
De kwaliteit van het weidegras kun je beinvloeden met goed graslandmanagement:
- Inschaarhoogte. Laat de koeien niet te vroeg op te kort gras. Wacht tot het gras 10 tot 15 centimeter hoog is. Kort gras bevat relatief meer eiwit en suikers.
- Omweidingssysteem. Door de koeien regelmatig te verplaatsen naar een vers perceel, voorkom je overbegrazing. Een omweidingssysteem met 4 tot 6 percelen werkt goed.
- Maaien van overschot. Als het gras sneller groeit dan de koeien het op kunnen eten, maai dan percelen af voor hooi of kuil. Overstaand gras verliest aan kwaliteit en wordt minder goed opgenomen.
Samenvatting
Meigras is voedzaam, maar het vraagt om aandacht. Het hoge eiwit, de lage structuur en het lage magnesium maken het anders dan winterruwvoer. Bouw de weidegang geleidelijk op, geef magnesiumsuppletie tegen kopziekte, vul aan met structuurrijk ruwvoer en houd het ureumgehalte in de gaten. Met deze maatregelen haal je het beste uit de weideperiode zonder de gezondheid van je dieren in gevaar te brengen.
Wil je weten hoeveel jouw runderen precies nodig hebben? Gebruik de VoerGids calculator voor een persoonlijk voeradvies op basis van gewicht, leeftijd en seizoen.