Het dekseizoen bij geiten: bok en geiten goed voeren
Dekseizoen bij geiten: zo voer je geiten en bok rond het dekken. Conditiescore, flushing met stijgende voeding, mineralen en de valkuilen bij de bok, van slecht vreten tot urinestenen door te veel krachtvoer.

Het dekseizoen begint in de nazomer
Geiten zijn kortedagdieren: de bronst komt op gang als de dagen korter worden. Vanaf september worden de meeste geiten om de drie weken bronstig, met de piek in september tot en met november. Wie in het voorjaar lammeren wil, zet de bok er meestal in september of oktober bij; vijf maanden dracht later, in februari of maart, komen de lammeren. Dat betekent dat de voorbereiding nu begint, want de voeding in de weken vóór het dekken heeft directe invloed op het aantal eisprongen en dus op het aantal lammeren.
Stap 1: beoordeel de conditie van je geiten
Voel bij elke geit met de vlakke hand over de lendenen en het borstbeen. Een geit in dekconditie voelt bekleed maar niet vet: je voelt de wervels met lichte druk, er zit een duidelijke spier- en vetlaag overheen. Te mager betekent moeilijker drachtig worden en minder melk straks; te vet is minstens zo'n groot probleem, want vette geiten nemen slechter op en krijgen rond het aflammeren vaker slepende melkziekte. Zeker oudere hobbygeiten die het hele jaar royaal gevoerd worden, zitten eerder aan de te vette dan aan de te magere kant.
Stap 2: flushing, de stijgende lijn
Bij geiten in normale of magere conditie werkt hetzelfde principe als bij schapen: een stijgende voedingstoestand in de twee tot drie weken voor het dekken laat meer eicellen rijpen en vergroot de kans op tweelingen. Praktisch betekent dat:
- Zet de geiten op je beste perceel, of geef extra goed hooi als het gras na de droge zomer weinig voorstelt.
- Vul eventueel aan met een kleine krachtvoergift, zo'n 100 tot 200 gram per geit per dag, rustig opgebouwd.
- Houd de stijgende lijn vol tot twee à drie weken na het dekken, dan is de innesteling geweest.
- Sla flushing over bij geiten die al vet zijn; bij hen werkt extra energie averechts.
Vergeet de mineralen niet. Seleen, zink en jodium spelen een rol bij de vruchtbaarheid, en anders dan schapen hebben geiten wel degelijk koper nodig. Gebruik dus een mineraal of liksteen die voor geiten is bedoeld. Waarom dat verschil zo belangrijk is, lees je in kopervergiftiging bij geiten, en de basis van het rantsoen staat in wat eten geiten.
De bok: topsporter met een slecht eetpatroon
Een dekbok heeft in het seizoen een dubbel probleem: zijn energiebehoefte stijgt fors, terwijl zijn interesse in voer juist daalt. Een drukke bok kan in een dekseizoen flink afvallen. Bereid hem daarom voor zoals een sporter:
- Begin zes tot acht weken voor het dekken met conditie opbouwen. Een bok hoort er rond en sterk in te gaan, met glanzende vacht.
- Geef goed ruwvoer als basis en bouw zo nodig een krachtvoergift op tot zo'n 200 à 400 gram per dag, afhankelijk van formaat en conditie.
- Wees zuinig met krachtvoer bij bokken die weinig doen: overtollige brok verhoogt het risico op urinestenen, een beruchte bokkenkwaal die ontstaat bij een scheve calcium-fosforverhouding. Ruwvoer eerst, brok alleen naar behoefte, en altijd vers water.
- Controleer klauwen en laat een te lange bok bijtijds bekappen; een bok die slecht ter been is, dekt slecht, hoe goed je ook voert.
Tijdens het seizoen zelf geldt hetzelfde als bij andere dekdieren: vaste voertijden, rust en water. Weeg de bok na afloop met je handen en geef hem in november een herstelperiode met goed hooi en een geleidelijk afgebouwde brokgift.
Veelgemaakte fouten rond het dekseizoen
- Flushing toepassen op vette geiten. Extra energie maakt ze alleen maar vetter en drukt juist de vruchtbaarheid.
- De bok pas een week van tevoren opbouwen. Zes tot acht weken is de termijn; ook de kwaliteit van het sperma heeft die aanlooptijd nodig.
- Een schapenmineraal aan geiten geven. Geiten hebben koper nodig; met een kopervrij schapenmineraal kom je op termijn tekort.
- Krachtvoer als hoofdvoer voor de bok. Urinestenen bij bokken zijn vrijwel altijd een voerfout, en ze zijn levensbedreigend.
- Grote veranderingen vlak na het dekken: ander voer, ander koppel, transport. Gun de innesteling dertig rustige dagen.
Zo herken je een bronstige geit
Om te weten of je flushing op tijd zit en of de bok zijn werk doet, moet je de bronst kunnen zien. Een bronstige geit mekkert opvallend veel, kwispelt druk met de staart, heeft een licht gezwollen en vochtige vulva en laat zich door koppelgenoten bespringen of bespringt ze zelf. De melkgift kan een dag dippen. De bronst duurt één tot twee dagen en herhaalt zich na ongeveer drie weken. Noteer wat je ziet: wie de bronstdata bijhoudt, weet vijf maanden later vrij precies wanneer de lammeren komen en kan de voeding in de laatste weken van de dracht daarop plannen.
Reken even mee met de dekplanning: een dekking in september geeft lammeren in februari, oktober geeft maart, november geeft april. Wil je lammeren in de wei laten opgroeien, dan zijn maart en april prettige maanden. Vroege lammeren in februari vragen een goed geïsoleerde stal en meer bijvoeren, maar zijn in de herfst verder ontwikkeld.
Leen je een bok of breng je je geiten naar een dekstation, regel dat dan ruim van tevoren en vraag naar de gezondheidsstatus van het bedrijf, met name CAE en CL. Een geleende bok die ziektes meebrengt, kost je meer dan het dekgeld ooit oplevert. Laat een gastbok eerst een paar weken apart wennen en voer hem in die periode zoals hierboven beschreven, zodat hij fit aan het werk begint.
Na het dekken: rust in het rantsoen
Is de dracht eenmaal een feit, dan wil je juist stabiliteit. De eerste maanden van de dracht vraagt een geit nauwelijks extra voer; overdaad maakt haar alleen maar vet richting het aflammeren. Grote rantsoenwijzigingen, verhuizingen en ontwormen plan je bij voorkeur buiten de eerste dertig dagen, als de vruchtjes zich innestelen. De echte voedingsuitdaging komt pas in de laatste zes weken van de dracht en in de lactatie, maar dat is een verhaal voor het late winterseizoen.
Wie nu, in de nazomer, de conditie van de koppel eerlijk beoordeelt en de lijn rustig laat stijgen, plukt daar in februari de vruchten van: meer lammeren, vlottere geboortes en een bok die het seizoen zonder kleerscheuren doorkomt.