← Alle artikelen
Runderen2 september 2026door Nick Albers

Droogstand bij koeien: zo voer je een koe tussen twee lactaties

Droogstand bij koeien: voeding in de periode tussen twee lactaties. Sober rantsoen in de eerste weken, rustige opbouw voor het kalven, melkziekte voorkomen en de conditie bewaken. Praktisch uitgelegd voor hobbyhouders.

Droogstand bij koeien: zo voer je een koe tussen twee lactaties

Wat is de droogstand?

Een melkkoe krijgt elk jaar een rustperiode: de weken tussen het einde van de ene lactatie en het kalven waarmee de volgende begint. In die periode geeft ze geen melk. Die pauze heet de droogstand en duurt meestal zes tot acht weken. De uier herstelt, de koe bouwt reserves op en het kalf in haar buik groeit juist in deze weken het hardst.

Voor wie hobbymatig een huiskoe melkt, een zoogkoe houdt of een paar stuks jongvee heeft lopen, is de droogstand gemakkelijk te onderschatten. De koe vraagt niets, geeft niets en staat er rustig bij. Toch worden de meeste problemen rond het kalven, van melkziekte tot een slechte start van de lactatie, in de droogstand voorbereid of juist voorkomen. En dat gebeurt vrijwel volledig via het voer.

Droogzetten: stoppen met melken

De droogstand begint met droogzetten, het bewust stoppen van de melkproductie. Doe dat niet door de koe gewoon te laten staan met een volle uier, maar door de vraag naar melk af te bouwen: melk de laatste dagen nog maar één keer per dag en zet de koe tegelijk op een schraler rantsoen. Minder energie in het voer betekent minder melkaanmaak. Zet krachtvoer helemaal stop en vervang een deel van het goede gras of hooi door soberder ruwvoer. Na de laatste keer melken laat je de uier met rust; de druk die opbouwt, remt de productie vanzelf af.

Controleer de uier in de eerste week na het droogzetten dagelijks. Warmte, harde kwartieren of een zieke koe kunnen op uierontsteking wijzen, en juist in deze week is dat risico het grootst.

De eerste weken: sober is het devies

De grootste fout in de droogstand is te goed voeren. Een droge koe heeft veel minder energie nodig dan een melkgevende, terwijl haar eetlust gewoon groot blijft. Krijgt ze hetzelfde voer als daarvoor, dan vervet ze van binnen, en een vette koe kalft moeilijker, wordt eerder ziek en start slechter op.

  • Basis: matig hooi of voordroogkuil van gemiddelde kwaliteit. Het jonge, eiwitrijke voorjaarsgras is nu juist niet wat je wilt.
  • Vul aan met stro; dat geeft de pens vulling en houdt de koe bezig zonder dat er veel energie bij komt.
  • Geen krachtvoer in deze fase, behalve bij een koe die echt te mager de droogstand in gaat.
  • Wel altijd vers water en een mineralenvoorziening die bij droge koeien past.

Beoordeel de conditie aan het begin van de droogstand met je handen, over ribben, heupen en staartwortel. Het doel is dat de koe op dezelfde conditie kalft als waarmee ze de droogstand in ging. De droogstand is dus geen periode om bij te sturen; te mager of te vet corrigeer je in de lactatie, niet vlak voor het kalven.

De laatste drie weken: rustig opbouwen

Ongeveer drie weken voor de verwachte kalfdatum verandert het doel. De pens moet wennen aan het rijkere rantsoen dat na het kalven nodig is, en het kalf groeit nu zo hard dat er minder ruimte in de buik overblijft. Bouw daarom langzaam op:

  • Vervang het sobere ruwvoer stap voor stap door het betere hooi of de kuil die de koe na het kalven ook krijgt.
  • Introduceer een kleine, oplopende krachtvoergift, zodat de penswand en de pensflora alvast wennen. Een halve tot één kilo per dag opbouwen is voor een huiskoe ruim voldoende.
  • Houd de porties klein en verdeel ze over de dag; de buik is vol kalf.

Melkziekte voorkom je nu

Melkziekte, het plotseling wegvallen van een koe kort na het kalven door een calciumtekort, is de bekendste kwaal rond het kalven. De preventie zit verrassend genoeg niet in extra calcium, maar juist in minder. Krijgt de koe in de laatste droogstandsweken calciumrijk voer, dan zet haar lichaam de eigen calciumhuishouding op een laag pitje. Op het moment dat de melkproductie start en de vraag explodeert, komt dat systeem te traag op gang.

Houd het rantsoen in de laatste weken daarom calciumarm: wees zuinig met luzerne, bietenblad en klaverrijk gras, en gebruik een droogstandsmineraal in plaats van een standaard rundveemineraal. Zo dwing je het lichaam om zijn calciumregulatie actief te houden en is de kans groot dat de koe na het kalven probleemloos opstart. Oudere koeien en zwaar melkgevende rassen zoals Jerseys en Holsteins zijn het gevoeligst.

Geldt dit ook voor zoogkoeien?

Bij een zoogkoe, die haar kalf zelf laat drinken, loopt de droogstand vanzelf: het kalf wordt gespeend en daarmee stopt de melkvraag. Toch gelden dezelfde principes. Ook een zoogkoe hoort de maanden voor het kalven sober gevoerd te worden, juist omdat vleesrassen en dubbeldoelkoeien snel vervetten op goed gras. Een te vette zoogkoe krijgt zwaardere kalveren én minder ruimte in het geboortekanaal, een beruchte combinatie. Zet drachtige zoogkoeien in de laatste maanden dus op het soberdere perceel en bewaar het beste gras voor de periode na het kalven, als de melkproductie op gang moet komen.

De meest gemaakte fouten in de droogstand op een rij:

  • Hetzelfde rijke rantsoen blijven voeren als tijdens de lactatie, waardoor de koe inwendig vervet.
  • De droogstand gebruiken om een magere koe snel bij te voeren; dat hoort eerder in de lactatie te gebeuren.
  • Calciumrijk voer en standaardmineralen in de laatste weken, met melkziekte als gevolg.
  • De krachtvoeropbouw pas na het kalven starten, zodat de pens de omslag koud moet maken.
  • Geen aparte mineralenvoorziening; een droge koe heeft wel degelijk mineralen en spoorelementen nodig, alleen in een andere verhouding.

Na het kalven: de cirkel rond

Is het kalf er eenmaal, dan gaat het rantsoen verder omhoog in het tempo dat je in de laatste droogstandsweken bent begonnen. Onbeperkt goed ruwvoer, een geleidelijk stijgende krachtvoergift en veel water; een verse koe drinkt tientallen liters per dag. De biest voor het kalf is de eerste beloning voor een goed gevoerde droogstand: een koe die op conditie kalfde, geeft dikkere en rijkere biest. Hoe het daarna verdergaat met het kalf, lees je in kalf opfokken: van biest tot ruwvoer.

Weid je je droge koeien, houd dan in de gaten wat er onder hun poten staat. Na een droge zomer is de grasvoorraad schraal en dat is voor droge koeien niet erg, maar controleer wel de mineralenvoorziening; wat daarbij komt kijken staat in mineralen voor rundvee bij weidegang. Zo begint de volgende lactatie waar de vorige goed eindigde: bij een koe die zes weken lang precies het juiste, en vooral niet te veel, heeft gegeten.