Van wei naar stal: zo maak je de overgang in het najaar geleidelijk
Paard van wei naar stal in het najaar: bouw de overgang van gras naar hooi in twee tot drie weken op, houd rekening met darmflora, maag en energiebehoefte en let op herfstgras met nachtvorst. Praktisch stappenplan.

Waarom de overgang zelf het risico is
In de darm van een paard leeft een compleet ecosysteem aan bacteriën, en elke bacteriestam is gespecialiseerd in een deel van het menu. Een paard dat de hele zomer gras eet, heeft een darmflora die op gras is ingericht. Gaat dat paard van de ene op de andere dag op stal met hooi, dan valt een groot deel van die flora zonder werk en moet een ander deel plots alles doen. Het resultaat kan zijn: gasvorming, dunne mest, koliek. Niet omdat hooi slecht is, maar omdat de wissel te abrupt was.
De regel voor elke voerovergang bij paarden is daarom: twee tot drie weken de tijd nemen. En de overstap van wei naar stal is de grootste voerovergang van het jaar, groter dan welke nieuwe brok ook, want de volledige ruwvoerbasis verandert.
Het stappenplan: laat de stal de wei inhalen
De prettigste route is de overgang laten beginnen terwijl het paard nog buiten staat:
- Week 1: hang een ruif of leg hooi in de wei of paddock, zodat het paard naast het gras alvast dagelijks hooi eet. In een schraal najaar doet het dat uit zichzelf; op een grasrijke wei begin je met de nachten of enkele uren op een kale uitloop met hooi.
- Week 2: breid de stal- of paddockuren uit, bijvoorbeeld de nachten binnen met hooi en de dagen buiten. Het aandeel hooi in het totale rantsoen groeit vanzelf mee.
- Week 3: het paard staat op zijn winterritme; het gras is nog hooguit een uitloopje voor de beweging. De darmflora heeft de wissel dan in etappes kunnen maken.
Verandert er tegelijk meer, bijvoorbeeld een ander hooi van een nieuwe leverancier of een andere brok, faseer dan ook dat en niet alles in dezelfde week. Welk ruwvoer voor de winter het beste past en waar je op let bij de kwaliteit, lees je in het verschil tussen hooi en kuil voor paarden.
De maag: nooit lang leeg
Een paard in de wei eet zestien tot achttien uur per dag kleine beetjes, en precies daarvoor is zijn maag gebouwd: er druppelt continu maagzuur, dat door continu kauwen en speeksel wordt gebufferd. Op stal bepaal jij het eetritme, en daar gaat het vaak mis. Een paard dat om vijf uur zijn avondhooi krijgt en om zeven uur 's ochtends pas weer voer ziet, staat urenlang met een lege maag vol zuur. Maagzweren zijn bij gestalde paarden dan ook opvallend gewoon.
Verdeel het hooi daarom over minstens drie momenten en maak de nachtportie de grootste. Een slowfeedernet of fijnmazige ruif rekt de eettijd op zonder dat de hoeveelheid stijgt; ideaal voor paarden die anders om middernacht al klaar zijn. Als vuistregel voor de hoeveelheid houd je minimaal 1,5 kilo droge stof per 100 kilo lichaamsgewicht per dag aan, en meer als het paard mager de winter in gaat.
Minder beweging, minder calorieën
Op de wei wandelt een paard kilometers per dag bij elkaar; op stal met een paar uur paddock verbrandt het flink minder. Tegelijk verdwijnt met het gras ook de eiwit- en suikerrijkste voerbron van het jaar. Voor de meeste hobbypaarden op goed hooi betekent dat: de brok kan omlaag of zelfs weg, en een vitamine- en mineralenbalancer dekt wat hooi mist. Voer alleen meer bij paarden die werk doen, oud zijn of mager de herfst uitkomen. Beoordeel de conditie elke twee weken met je handen, want onder een groeiende wintervacht zie je een paard ongemerkt te dik of te dun worden. Meer over voeren zonder weidegang lees je in paard op stal: voeding zonder weidegang.
Pas op met herfstgras
Het lijkt logisch om de wei tot de laatste sprietjes te benutten, maar herfstgras verdient respect. Bij zonnige dagen en koude nachten, zeker met nachtvorst, hoopt gras suikers (fructaan) op; voor gevoelige paarden en pony's is dat berucht als aanjager van hoefbevangenheid, net als in het voorjaar. Laat gevoelige dieren op zulke dagen niet urenlang op kort, gestrest herfstgras staan, en wees extra voorzichtig met de combinatie kaal + zonnig + vorst in de nacht. Een tweede najaarsrisico van kortgevreten percelen is zand mee naar binnen happen; waarom dat gevaarlijk is en hoe je het test, staat in het artikel over zandkoliek dat eerder deze maand verscheen.
De opstalcheck: dit regel je vóór de eerste stalnacht
- Ruwvoer op voorraad voor minstens de eerste maanden, gekocht en gekeurd voordat de vraag piekt; zeker in een schaars jaar wil je niet in november nog moeten zoeken.
- Water op stal getest: een automatische drinkbak die de hele zomer droog stond, kan verstopt of vervuild zijn. Paarden drinken op hooi meer dan op gras, want gras is grotendeels water.
- Een liksteen of zoutblok in de stal; met het zweet- en graasseizoen stopt de natuurlijke aanvulling niet ineens.
- Het gebit gecontroleerd: de winter draait om kauwen van lang, droog ruwvoer, en een paard met haken of pijnlijke kiezen laat juist hooi liggen.
- Het ontwormbeleid afgestemd met mestonderzoek of dierenarts; het opstalmoment is klassiek het moment om de wormstatus op orde te maken.
- De weide zelf niet vergeten: herstel kale plekken en geef het perceel rust, zodat er volgend voorjaar weer iets te grazen valt.
De winter begint bij een goede herfst
Denk tot slot ook aan de longen. Van gras naar stal betekent van buitenlucht naar stof, en juist in de eerste stalweken zie je paarden ontstaan met een kriebelhoest die de hele winter blijft hangen. Strooi stofarm, ventileer ruim en overweeg bij gevoelige paarden het hooi kort te weken of te stomen; een paard dat met zijn neus úren per dag in een droge ruif hangt, ademt alles mee wat daarin dwarrelt.
Een paard dat in drie rustige weken van wei naar stal is gegaan, met hooi dat op tijd was ingekocht, een gevulde ruif voor de nacht en een eerlijk beoordeelde conditie, heeft de belangrijkste horde van het najaar genomen. De rest van de winter is dan vooral een kwestie van volhouden: ruwvoer op peil, water vorstvrij en af en toe de handen door de vacht om te voelen wat de wintervacht verbergt.