← Alle artikelen
Paarden17 september 2026door Nick Albers

Zandkoliek bij paarden: het risico van schrale, afgegraasde weides

Zandkoliek bij paarden ontstaat door zand dat zich in de dikke darm ophoopt, vooral bij grazen op schrale of afgegraasde weides. Symptomen herkennen, de emmerproef doen en zandopname voorkomen met slim voermanagement.

Zandkoliek bij paarden: het risico van schrale, afgegraasde weides

Waar het zand vandaan komt

Een paard dat op een ruime, goed gegroeide weide graast, krijgt nauwelijks zand binnen. Het pakt het gras halverwege de spriet en de zode blijft dicht. Dat verandert op een schrale weide. Waar het gras kort is afgegraasd of door droogte nauwelijks groeit, hapt een paard steeds dichter op de grond, trekt het plukjes gras met wortel en al uit de zode en likt het restjes hooi of brok van de kale bodem. Elke hap neemt een beetje zand of grond mee.

Na een zomer zoals die van 2026, waarin veel weides er kaal en dor bij liggen, is dat geen theoretisch risico. Paarden die maandenlang op een afgegraasd of verdroogd perceel hebben gelopen, hebben vaak ongemerkt kilo's zand verzameld. Het meeste passeert gewoon met de mest, maar een deel kan achterblijven in de dikke darm. Daar zakt het naar het laagste punt en blijft het liggen.

Wat zand in de darm aanricht

Een beetje zand geeft geen klachten. Het probleem begint bij ophoping. Kilo's zand in de buik schuren over de darmwand en irriteren het slijmvlies, en de verzwaarde darm gaat trager bewegen. De signalen zijn in het begin vaag:

  • dunne mest of terugkerende diarree zonder duidelijke oorzaak;
  • een paard dat geleidelijk vermagert of dof in de vacht wordt terwijl het voer hetzelfde bleef;
  • terugkerende milde koliekaanvallen: even liggen, krabben, naar de buik kijken, en dan weer doorgaan;
  • in ernstige gevallen een echte koliek die niet meer vanzelf overgaat, doordat het zand de darm gedeeltelijk blokkeert of doet kantelen.

Zandkoliek is daarmee een sluipend probleem: tegen de tijd dat het een spoedgeval is, was het zand vaak al maanden aan het ophopen.

Welke paarden lopen het meeste risico?

Niet elk paard op dezelfde weide krijgt evenveel zand binnen. Gulzige eters die hun brok van de grond schrokken, jonge paarden die alles onderzoeken met hun lippen en dieren onderaan de rangorde die noodgedwongen de kaalste hoekjes afgrazen, lopen voorop. Ook paarden op zandgrond en paarden die uit verveling gaan bodemsnuffelen in een kale paddock verzamelen meer dan gemiddeld. Schrokkers rem je af met een rubbermat waar de brok verspreid op ligt of een paar grote stenen in de voerbak; verveelde paddockstaanders help je met meerdere kleine hooiporties verspreid over de dag.

De emmerproef: test het zelf

Of je paard zand uitscheidt, kun je eenvoudig zelf controleren met de emmerproef. Doe vijf tot zes verse mestballen (zonder aanhangende grond) in een doorzichtige emmer of grote pot, vul aan met water en roer de mest volledig los. Laat het geheel een uur staan. Zand is zwaarder dan plantenresten en zakt naar de bodem; giet voorzichtig af en kijk wat er onderin ligt.

Een dun laagje korrels is normaal bij paarden die buiten lopen. Een duidelijke laag zand, zeker als die er bij herhaling ligt, betekent dat je paard flink zand opneemt en dat er waarschijnlijk meer in de darm zit dan eruit komt. Let op: een lege emmer bewijst niets, want juist zand dat vastligt in de darm verschijnt niet in de mest. Bij twijfel of bij klachten kan de dierenarts met een stethoscoop (zand ruist in de buik als golfjes op een strand) of met röntgen of echo meer zeggen.

Voorkomen: voer nooit van de kale grond

De aanpak van zandkoliek is vooral een kwestie van management, en de regels zijn simpel:

  • Voer hooi en brok nooit rechtstreeks van een zanderige of kale bodem. Gebruik een ruif, voerbak, slowfeeder of een rubberen mat en veeg die regelmatig schoon.
  • Haal paarden van een perceel dat tot op de zode is afgegraasd, of zet een deel af zodat de rest kan herstellen. Een kale weide is geen weide meer, maar een zandbak met sprietjes.
  • Zorg dat er altijd voldoende ruwvoer is. Een paard met honger gaat wortelen en bodempeuteren; een paard met een gevulde ruif laat het zand liggen. Hoeveel ruwvoer dat is, reken je na in hoeveel hooi heeft een paard per dag nodig.
  • Beperk het grazen op extreem korte of verdroogde percelen tot een paar uur en vul de rest van de dag aan met hooi uit een ruif.

Goed ruwvoer is ook meteen de motor die zand afvoert: de vezelmassa neemt zandkorrels mee in de mest. Paarden die ruim vezels eten, ruimen dagelijks een deel van hun zand zelf op.

Psyllium: de zandkuur

Voor paarden die aantoonbaar zand ophopen, bestaat er een hulpmiddel: psyllium, de gemalen zaadhulzen van de vlozaadplant. Psyllium vormt in de darm een gel die zand bindt en meeneemt. Het wordt meestal als kuur gegeven, bijvoorbeeld een week per maand door het voer, in periodes waarin het zandrisico hoog is. Overleg de dosering met je dierenarts en verwacht er geen wonderen van bij een acute verstopping; dat is een geval voor de kliniek. Een psylliumkuur is het sluitstuk van goed management, geen vervanging ervan.

En als het toch koliek wordt?

Bij een paard met koliekverschijnselen bel je altijd de dierenarts, en het helpt om dan meteen te melden dat het dier op schrale grond heeft gestaan of dat eerdere emmerproeven zand lieten zien. Een zandkoliek wordt in eerste instantie vaak conservatief behandeld: pijnstilling, paraffineolie of psyllium met vocht via een neusmaagsonde, en een paar dagen streng management. Veel paarden knappen daarmee op. Blijft het zand voor blokkades zorgen of kantelt er een darmlis, dan rest een operatie, met alle kosten en risico's van dien. Ook na herstel blijft zo'n paard een aandachtspaard: de darm die eenmaal vol zand heeft gezeten, is vaak wat trager en gevoeliger, en het management uit dit artikel wordt dan blijvend in plaats van seizoensgebonden.

Extra alert in een droogtejaar

Dit najaar verdient het onderwerp extra aandacht. Door de droogte zijn weides schraal, wordt er vroeg en veel bijgevoerd op het land en staan paarden op stukken waar normaal gras stond en nu zand ligt. Doe bij paarden die zo'n zomer achter de rug hebben standaard een paar emmerproeven, voer consequent uit ruif of bak en wees alert op vage buikklachten. Hoe je in een schraal jaar überhaupt aan genoeg ruwvoer komt, lees je in ruwvoertekort door droogte. Zand hoort onder de hoeven, niet in de buik.