Huismus

Huismus

De huismus (Passer domesticus) leeft al eeuwen bij mensen: onder dakpannen, in heggen en op het terras. Hij is honkvast en doet alles in een groep. Het aantal is sinds de jaren tachtig meer dan gehalveerd en de huismus staat op de Rode Lijst.

In het kort

  • Man: grijs petje, zwarte bef. Vrouw: egaal lichtbruin.
  • Eet zaden. De jongen krijgen insecten.
  • Voer strooivoer en zaden op de grond of de voedertafel.
  • Broedt onder dakpannen en in mussenkasten, liefst met meerdere paren bij elkaar.
  • Heeft een dichte heg, water en een zandplek nodig.

Kernfeiten

Wetenschappelijke naamPasser domesticus
Lengte14 tot 16 cm
Gewichtgemiddeld 30 gram
Leeftijdmeestal 3 tot 4 jaar
Kenmerkman met grijs petje en zwarte bef
Voedselzaden van grassen en onkruiden; jongen krijgen insecten
Broedtijdeind maart tot augustus, twee tot drie legsels
Eieren4 tot 6
Broedduur11 tot 14 dagen, daarna 14 tot 17 dagen in het nest
Nestkastopening 34 tot 35 mm, minstens 3 meter hoog
In Nederlandstandvogel, 600.000 tot 1.000.000 broedparen
Rode Lijstgevoelig
Tuinvogeltelling 2026plaats 2

Hoe herken je een huismus?

Het mannetje heeft een grijs petje met roodbruine zijkanten, grijze wangen, een zwarte bef en een brede witte streep op de vleugel. Het vrouwtje is egaal lichtbruin met een lichte streep achter het oog. De snavel is dik en kegelvormig, gemaakt om zaden te kraken.

De ringmus lijkt erop, maar heeft een kastanjebruine kruin, een zwarte vlek op de wang en een witte halsband. Bij de ringmus zien man en vrouw er hetzelfde uit. De heggenmus heeft een dunne snavel en een blauwgrijze kop.

Het geluid van de huismus

Getsjilp, in veel variaties. Het mannetje tsjilpt vanuit de opening van zijn nest. Mussen beginnen laat: pas een tot twee uur na zonsopkomst zingen ze volop.

Getsjilp

Roep

Wat eet een huismus?

Volwassen mussen eten vooral zaden van grassen en onkruiden, aangevuld met bessen, bloemknoppen en insecten. De jongen krijgen de eerste twee weken alleen insecten: bladluizen, muggen, vliegen, rupsen en spinnen. Zonder insecten in de buurt kunnen mussen dus geen jongen grootbrengen.

Huismus bijvoeren

  • Strooivoer of een zaadmengsel, op de grond of op de voedertafel.
  • Zonnebloempitten.
  • In de winter ook vetbollen.

Leg het voer in de buurt van een heg of struik waar de groep kan schuilen. Meer staat bij tuinvogels voeren.

Nestkast en broeden

Huismussen broeden onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. Ze broeden in een losse kolonie. Hang daarom meerdere kasten bij elkaar.

  • Invliegopening van 34 tot 35 mm.
  • Nestruimte minstens 12,5 bij 12,5 bij 12,5 cm.
  • Minstens 3 meter hoog.
  • Opening naar het noorden of oosten.

De huismus broedt van eind maart tot augustus en heeft twee tot drie legsels van 4 tot 6 eieren. Het broeden duurt 11 tot 14 dagen. De jongen vliegen na 14 tot 17 dagen uit en worden daarna nog 10 tot 14 dagen gevoerd.

Zo help je de huismus

Een huismus blijft zijn hele leven binnen een paar honderd meter van de plek waar hij broedt. Alles wat hij nodig heeft, moet dus dicht bij elkaar liggen. Kleine groepen van minder dan tien paar verdwijnen meestal.

  • Een dichte heg of groenblijvende struik om in te schuilen: liguster, haagbeuk, klimop of hulst.
  • Een schaal water of een vijver met een aflopende oever.
  • Een droge zandplek onder een struik, voor een stofbad.
  • Nestkasten, meerdere bij elkaar.
  • Planten die insecten en zaden opleveren in plaats van tegels.

Het werkt beter als de buren meedoen, want een groep mussen gebruikt meerdere tuinen.

Hoe gaat het met de huismus?

Er broeden 600.000 tot 1.000.000 paren. Dat is meer dan de helft minder dan in de jaren tachtig, en de huismus staat op de Rode Lijst als gevoelig. Er zijn minder nestplekken doordat daken worden gerenoveerd en dichtgemaakt, en er is minder groen met insecten en onkruid doordat tuinen worden betegeld. In de Tuinvogeltelling van 2026 stond de huismus voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats.

Veelgestelde vragen

Wat eet een huismus?

Vooral zaden van grassen en onkruiden. De jongen krijgen de eerste twee weken insecten. Bijvoeren kan met strooivoer, een zaadmengsel en zonnebloempitten, in de winter ook met vetbollen.

Welke nestkast heeft een huismus nodig?

Een kast met een invliegopening van 34 tot 35 mm, minstens 3 meter hoog, met de opening naar het noorden of oosten. Hang er meerdere bij elkaar, want mussen broeden in een groep.

Hoe zie je het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje huismus?

Het mannetje heeft een grijs petje en een zwarte bef. Het vrouwtje is egaal lichtbruin met een lichte streep achter het oog.

Waarom gaat de huismus achteruit?

Er zijn minder nestplekken onder daken en er is minder groen met insecten en zaden, onder meer doordat tuinen worden betegeld. Sinds de jaren tachtig is het aantal meer dan gehalveerd.

Bronnen