Nestkast voor de koolmees
De koolmees broedt in boomholtes en nestkasten. Met de juiste kast haal je hem naar je tuin. Het belangrijkste detail is de maat van het invlieggat.
Welke nestkast?
Kies een kast met een rond invlieggat van 32 mm. Dat is precies goed voor de koolmees; een gat van 28 mm is voor de kleinere pimpelmees. De bodem is ongeveer 12 bij 12 cm, met genoeg hoogte tussen de bodem en het invlieggat zodat katten en eksters niet bij het nest kunnen.
Waar ophangen?
Hang de kast op 2 tot 3 meter hoogte, met het invlieggat naar het noordoosten, weg van felle zon en inregenen. Zorg voor een vrije aanvliegroute en hang de kast niet vlak bij de voederplek, want drukte houdt broedende vogels weg. Een metalen plaatje rond het gat beschermt tegen de bonte specht en eekhoorns.
Wanneer ophangen en schoonmaken?
Hang een nieuwe kast het liefst in het najaar of de winter op, zodat hij bekend is als het broedseizoen begint. Maak de kast na afloop van het seizoen, in het najaar, leeg en schoon zodat hij het jaar erop weer bruikbaar is. Hoe het broeden zelf verloopt, lees je op koolmees broeden.