De vink (Fringilla coelebs) is een zaadeter die zijn voedsel op de grond zoekt. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop en een oranjerode borst. In de tuin zie je hem vooral onder de voedertafel, waar hij gevallen zaad opeet.
In het kort
- Man: blauwgrijs petje, oranjerode borst en wangen. Vrouw: grijsbruin.
- Beide hebben twee witte strepen op de vleugel.
- Eet zaden, in de broedtijd ook insecten.
- Voer een zaadmengsel op de grond of op een voedertafel.
- Broedt in een struik of boom, niet in een nestkast.
Kernfeiten
| Wetenschappelijke naam | Fringilla coelebs |
|---|---|
| Lengte | 14 tot 16 cm |
| Spanwijdte | 25 tot 28 cm |
| Kenmerk | twee witte vleugelstrepen, man met oranjerode borst |
| Voedsel | zaden en zachte plantendelen, in de broedtijd insecten |
| Broedtijd | maart tot juli, meestal een legsel |
| Eieren | 3 tot 5 |
| Broedduur | 10 tot 14 dagen, daarna 12 tot 15 dagen in het nest |
| In Nederland | het hele jaar, 400.000 tot 500.000 broedparen |
Hoe herken je een vink?
Het mannetje heeft een blauwgrijs petje, oranjerode wangen en borst en een bruine rug. Het vrouwtje is grijsbruin en valt veel minder op. Het beste kenmerk hebben ze allebei: twee witte strepen op de vleugel. In de vlucht zie je ook de witte buitenste staartpennen.
Een vrouwtje vink lijkt op een vrouwtje huismus. De vink heeft de witte vleugelstrepen, is slanker en loopt over de grond, terwijl een mus hipt.
In de winter zit er soms een keep tussen de vinken. Dat is een verwante wintergast met een oranje borst en een witte stuit die je ziet als hij opvliegt.
Het geluid van de vink
De zang heet de vinkenslag: een korte, aflopende reeks tonen met aan het eind een uithaal. Een mannetje herhaalt die strofe steeds opnieuw, van februari tot in de zomer. De roep is een helder "pink pink".
Zang: de vinkenslag
Wat eet een vink?
Zaden en zachte delen van planten, zoals knoppen. In de broedtijd eet hij insecten. In het najaar zoeken vinken in groepen onder beuken naar beukennootjes.
Vink bijvoeren
Een vink hangt niet aan een vetbol. Hij eet op de grond of op een voedertafel. Zaadmengsels trekken vinken sterk aan, ook het zaad dat andere vogels uit de silo laten vallen.
- Strooi een zaadmengsel op de grond of op een voedertafel.
- Geef niet meer dan er op een dag opgaat.
- Maak de voerplek regelmatig schoon. Vinken zijn gevoelig voor ziektes die via voerplekken verspreiden.
Meer hierover staat bij tuinvogels voeren.
Nest en broeden
De vink maakt een nest van mos en gras, bekleed met haar en veren, verborgen tegen een tak of in een struik. Een nestkast gebruikt hij niet. Hij broedt van maart tot juli, meestal met een legsel van 3 tot 5 eieren. Het broeden duurt 10 tot 14 dagen en de jongen vliegen na 12 tot 15 dagen uit.
Hoe gaat het met de vink?
Goed. Er broeden 400.000 tot 500.000 paren en het aantal neemt sinds 1990 toe. De meeste Nederlandse vinken blijven het hele jaar. In de winter komen er vinken uit het noorden bij en zijn er 1 tot 2 miljoen in het land.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een vink en een mus?
Een vink heeft twee witte strepen op de vleugel, is slanker en loopt over de grond. Een mus hipt en mist die vleugelstrepen. Het mannetje vink heeft bovendien een oranjerode borst.
Wat eet een vink in de winter?
Zaden. In de tuin eet hij een zaadmengsel van de grond of van de voedertafel, en het zaad dat andere vogels uit de silo laten vallen.
Broedt een vink in een nestkast?
Nee. De vink bouwt een nest van mos en gras tegen een tak of in een struik.
