← Alle artikelen
Schapen21 juli 2026door Nick Albers

Flushing bij schapen: ooien in conditie voor het dekseizoen

Flushing bij schapen: ooien met een stijgende conditie vlak voor het dekseizoen krijgen meer eisprongen en dus meer lammeren. Zo pak je het aan zonder je ooien te vet te voeren.

Flushing bij schapen: ooien in conditie voor het dekseizoen

Wat is flushing?

Flushing is het bewust laten stijgen van de voedingstoestand van je ooien in de weken rond het dekken. Je geeft ze net iets meer en beter voer dan ervoor, zodat hun conditie omhoog gaat op het moment dat ze gedekt worden. Dat signaal, een lichaam dat merkt dat er ruim voedsel is, zet de ooi aan om meer eicellen vrij te geven. Meer eisprongen betekent een grotere kans op tweelingen, en dus meer lammeren in het voorjaar.

Het draait niet om vet mesten. Het gaat om de richting: een ooi die aankomt in de dekperiode doet het beter dan een ooi die op gewicht blijft of afvalt. Juist die stijgende lijn is het hele idee achter flushing.

Waarom het werkt

Een ooi stemt haar vruchtbaarheid af op wat ze aan voedsel voelt. In een schrale periode houdt ze de hand op de knip en geeft ze weinig eicellen vrij; het lichaam wil geen lammeren dragen die het straks niet kan voeden. Zodra het voer verbetert, draait dat om en durft ze meer eicellen te laten rijpen. Bij ooien met een matige conditie levert flushing daarom de meeste winst op. Een kudde die al top zit, heeft er weinig baat bij.

De winst is geen garantie, maar in de praktijk zie je vaak een duidelijk hoger tweelingpercentage. Voor een hobbyhouder met een klein koppel kan dat het verschil zijn tussen een handvol lammeren en een goed gevuld voorjaar.

Begin bij de conditiescore

Voordat je iets aan het voer verandert, bepaal je de conditie van je ooien. Dat doe je met de hand, niet met de weegschaal: voel met je vingers langs de ruggengraat en de lendenwervels hoeveel spier en vet er zit. De conditiescore loopt van 1 (broodmager) tot 5 (veel te vet).

  • Score onder 2,5: te mager. Deze ooien hebben de meeste baat bij flushing, maar begin op tijd want ze moeten eerst bijkomen.
  • Score 2,5 tot 3,5: de ideale uitgangspositie om te dekken. Hier werkt flushing het best.
  • Score boven 4: te vet. Flushing werkt dan averechts, want vette ooien geven juist minder eicellen vrij en dekken slechter.

Loopt een deel van je koppel achter, lees dan schaap te mager: oorzaken en wat je kunt doen, want een ooi die om een andere reden niet aankomt, moet je eerst uitzoeken voordat je gaat flushen.

Hoe pak je flushing aan?

Begin ongeveer twee tot drie weken voor je de ram bij de ooien zet, en houd het vol tot een week of twee, drie na het dekken. De eenvoudigste manier is een betere weide: zet de ooien op een vers, wat langer perceel met goed gras. Voor de meeste hobbykoppels is dat genoeg.

Heb je geen goed gras meer in de nazomer, dan kun je bijvoeren. Denk aan een beetje krachtvoer, zo'n 200 tot 300 gram per ooi per dag, of goed hooi met wat aanvulling. Bouw dat rustig op, want schapen zijn herkauwers en een plotselinge portie krachtvoer verstoort de pens. Verdeel de gift liever over de dag dan alles in een keer.

Zorg daarnaast dat er altijd schoon water is en dat de ooien rustig kunnen vreten. Stress, drukte of een tekort aan vreetruimte werkt de conditieopbouw tegen, hoe goed het voer ook is. Een kudde die tot rust komt op een goed perceel, komt vanzelf in de juiste stijgende lijn.

Timing rond de ram

De timing luistert nauw, omdat de eicellen al rijpen voordat de ooi bronstig wordt. Ben je te laat en geef je het extra voer pas als de ram er al weken loopt, dan mis je het effect op de eerste cyclus. Zet de stijgende lijn dus in voordat de ram erbij komt, niet erna.

Het ene ras reageert sterker dan het andere

Hoeveel flushing oplevert, hangt ook af van je ras. Vruchtbare, productieve rassen die van nature al vaak tweelingen werpen, reageren sterker op een stijgende conditie dan de rustiger, primitieve rassen die vaak maar een lam krijgen. Bij een kudde Texelaars of een kruising zul je meer verschil merken dan bij bijvoorbeeld een Schoonebeeker of een ander zeldzaam ras dat op een lam is ingesteld.

Ook de leeftijd telt mee. Een oudere, ervaren ooi in goede conditie pakt het beter op dan een jonge ooi die zelf nog groeit. Jonge ooien die je voor het eerst laat dekken, houd je bij voorkeur apart, zodat ze niet met de volwassen dieren om het voer hoeven te vechten. Wat een rassenkeuze verder voor de voeding betekent, staat in schapenras kiezen: de invloed op voeding.

Vergeet de mineralen niet

Energie en eiwit doen het meeste werk, maar rond het dekken zijn ook mineralen en spoorelementen belangrijk. Vooral seleen, koper en jodium spelen een rol bij de vruchtbaarheid. Een goede mineralenvoorziening, afgestemd op je grond, hoort bij de voorbereiding op het dekseizoen. Let op met koper, want schapen zijn daar gevoelig voor: gebruik alleen een mineraal dat voor schapen is bedoeld. Hoe je dat kiest, staat in mineralen voor schapen: waar moet je op letten.

Veelgemaakte fouten

  • Ooien te vet laten worden voor het dekseizoen; dat verlaagt de vruchtbaarheid in plaats van hem te verhogen.
  • Te laat beginnen, waardoor de eerste eisprongen het extra voer al gemist hebben.
  • Plotseling veel krachtvoer geven en zo de pens verstoren.
  • Alle ooien over een kam scheren, terwijl juist de magere dieren de aandacht nodig hebben en de vette dieren niet.
  • De mineralen vergeten, of een koperhoudend rundermineraal gebruiken dat voor schapen giftig is.

Na het dekken

Als de ooien gedekt zijn, bouw je de extra voeding weer geleidelijk af naar een normaal onderhoudsrantsoen. In het begin van de dracht heeft de ooi nog geen extra energie nodig; die behoefte komt pas in de laatste zes weken voor het lammeren, wanneer de lammeren hard groeien. Hoe je daar naartoe voert en de lammeren daarna opfokt, lees je in lammeren opfokken: voeding van geboorte tot spenen.

Goed getimede flushing kost weinig en levert vaak een paar lammeren extra op. Het begint met eerlijk voelen hoe je ooien ervoor staan, en het voer daar de weken voor het dekken op aanpassen.